Bij het werk van Azhar Geetan:
een gesprek tussen BILAAL IBN RABAAH (eerste Moaddhin = gebedsomroeper) en DAVID (Psalmenschrijver en koning)
Bilaal:
Ik weet hoe het is om slaaf te zijn.
Ik was er zelf een
totdat Mohammed mij bevrijdde.
Het is de drang naar vrijheid
waaraan ik nu herinnerd word.
David:
Maar het is ook de hand die reikt
naar het hoogste,
naar God.
Bilaal:
Het sleutelgat!
David:
Inderdaad, een sleutelgat
als symbool voor God.
Alleen zij die de juiste sleutel hebben
kunnen Hem bereiken.
Bilaal:
Maar wij hebben toch woorden gekregen,
woorden die ons helpen om Allah te vinden.
Als wij de woorden volgen
hebben we toch de goede sleutel.
David:
Zoals ik van engelen woorden kreeg
om psalmen te schrijven,
zo kreeg Mohammed zijn Arabische woorden
van de engel Gabriël.
Maar de woorden van engelen zijn open woorden.
De mens behoudt altijd de vrijheid
om de woorden zelf in te vullen.
Bilaal:
Ja, de woorden die Mohammed kreeg
waren open woorden:
ze hadden nergens puntjes.
De puntjes zijn later toegevoegd,
ingevuld, ter verduidelijking.
David:
Woorden zonder puntjes
hebben vele verschillende betekenissen.
Wie de puntjes op de tekens zet,
streept betekenissen door.
Bilaal:
Ik verstond Mohammed goed.
Ik wist niet altijd wat de woorden die hij sprak betekenden,
maar ik voelde zoveel liefde.
David:
Wat open is kan stromen.
Bilaal:
Laat ons dan de ogen openen voor elkaar.
Laat ons zingen,
onze stemmen moeten stromen.
David:
Wie zingt, schiet niemand dood.
Wie de ogen open heeft,
straalt liefde uit.
Wie de ogen open heeft,
ziet tegelijk hoe spannend de wereld nu is.
Bilaal:
De stenen
op de weg die leidt naar Allah,9raken ontwricht,
los van elkaar.
David:
Als we de puntjes
op de Arabische tekens in de Koran
gebruiken om de voegen mee op te vullen,
dan zal de weg weer goed begaanbaar zijn.
Bilaal:
Dan is de weg weer goed begaanbaar
en kan ik oproepen tot gebed:
Allahoe Akbar, Allahoe Akbar.Azhar Geetan