Bij het werk van Clara van den Hout: een gesprek tussen BOAZ (Landeigenaar; nam Ruth
tot zijn vrouw) en  IBRAHIM (Abraham, aartsvader van de Moslims, Joden en Christenen)
Boaz:
Zo is het inderdaad aan Mohammed geopenbaard:
de vrouw is als een akker voor u,
zo komt dan tot uw akker
zoals gij maar wilt.

Ibrahim:
Allah heeft mijn nageslacht uitverkoren.
Ik zou de vader worden
van een groot volk.
Om een groot volk te worden,
moet er veel gezaaid worden.

Boaz:
Maar ik heb toch het gevoel
dat er wat veranderd is
in de verhouding tussen man en vrouw.
Moet bijvoorbeeld de boer
niet de grond met liefde bewerken?
En moet wie zaait
ook niet verantwoordelijkheid nemen
voor wat hij oogst?

Ibrahim:
‘Tel de sterren als je kunt’,
hoorde ik Allah tegen mij zeggen,                            
‘zó talrijk wordt uw nageslacht’.
Ben ik in staat om voor de sterren te zorgen?

Boaz:
Laat ons dan tenminste
oog en eerbied hebben
voor Gods schepping:
de onmetelijke hemel,
de ontelbare sterren,
bloemen die groeien op het veld,
vrouwen die bloeien in ons midden.

Ibrahim:
We zijn de Almachtige dankbaar.


Clara van den Hout