| De schoonheid en het beest bij een tekening van Tessa van der Heide De schoonheid en het beest, vol van liefde vol elkaar. Hij van hout, met in het haar een uil als teken van de geest; zij is altijd mooi geweest, met krullen, sproeten, een paar ogen waarin een kunstenaar de diepte van de wereld leest. Hij is vreemd. Maar bij haar is hij gewoon, vredig, in rust met zichzelf. Een enkel handgebaar, een knik alleen al sust zijn boosheid, raakt de snaar die liefde heet, maakt dat hij haar kust. |
![]() |