De vierkante wind
bij een tekening van Mark Walter       

De wind is vier.
Zij horen als één
bij de lucht.
Zij blazen de bries
uit hun neus.
Zij dragen de storm
thuis in hun mond.

De mens is veel meer.
Hij heeft het rijk.
Hij heeft de berg.
Hij heeft de vlag
Hij draagt de tijd
aan zijn arm.

Nu het maar waait
vergeet hij de wind
Maar als het stormt
voelt hij zich klein.
Klein op de berg.
Klein in zijn huis.
Klein in zijn bed.
Is hij weer vier.