| De vrouw bij een tekening van Mark Walter Mijn man is kapitein. Ergens vaart hij wel. Ik ken zijn zeven zeeën. En het leven in de havens. Alleen maar uit verhalen. Ik heb het huis. Met zeven sloten. Voor mij alleen. De golven in mijn buik. Ik draag zijn schip. Met alle zeilen. In de noordenwind. Mijn kraaiennest. Is onbemand. Al kan het roer. Niet meer om. Ik draag mijn lot. Met opgeheven kin. |
![]() |