De krokodil
Hij is niet bedoeld voor lopen. Zwijgend als een boomstam
in het midden van het water of verzonken in de modder
overleefde hij de evoluties, deze grijsaard in een pantser
van geërodeerde schubben dat als een verdroogde kaktus aanvoelt.
Ogenschijnlijk ouderwets berustend, maar geduldig loerend
met meedogenloze, doodse ogen naar het roekeloze leven
dat zich in zijn omtrek waagt. En uren, dagen, eeuwen
duurt zijn liggen als het moet. Maar hij kan wachten.
Dan verbreekt hij plots zijn stilte als een duivel
uit het donker van zijn graf en schiet zijn kartelkaken
af. Geweld van spattend water en gekraak van botten.
Jager en gejaagde duiken samen in de diepte. Golven
worden kleiner en veranderen in rimpels tot ze helemaal
verdwijnen. Niets gebeurde hier, geen dood, geen leven.