Het zebrapaard

Zwart op wit, of wit op zwart, zijn strepen
kooien hem. Gevangen in zijn eigen
lichaam is hij vlees om op te eten.
Het is niet een paard om te bestijgen.

Hij is geen Arabisch volbloedpaard en
ook geen Oldenburger; niet hun vlugge
benen die als scherpgeslepen zwaarden
lucht doorklieven, maar de plompe, stugge

pijlers van een brug. Zijn knieën knakken
bij het rennen en zijn buik zit in de
weg. Hij laat zich heel eenvoudig pakken
door een leeuw en laat zich goed verslinden.