Bij het afbreken van een oorlog
Op de hoofden van bevelhebbers
bloeien boterbloemen,
op het netvlies van soldaten
staat het craquelé van het slagveld,
in de buiken van onthoofde gezinnen
groeit onkruid.
De handtekening
van de overwonnen macht
in handen van de winnende partij
noemen we vrede.Nu is de honger naar rust
groter dan alles, nu is er niets
anders te doen dan scheppen
wat kapot ging.
Vrouwen voorop met ferme handen,
de mannen zwabberend erna.En het oor van de wereld dooft,
want het zwijgen na de oorlog
is nou eenmaal niet zo mooi
als de stilte van ervoor.
Het zal weer horen
als er ergens wordt gevloekt,
in oude talen of in nieuwe,
als opnieuw de puist van de vrede
op uitbreken staat.
Want op de avond van de overgave
werd in doodse stilte
een niet te filmen wraak gezworen.
(gepubliceerd in Roodkoper, zomer 2003)