Gerolamo Cardano

 

Zoals ik heb bewezen, is in werkelijkheid
een perpetuum mobile onmogelijk.

Maar in dit gedicht waarin
de onwerkelijkheid een feit wordt,

graaf ik een tunnel door de maan,
van de ene kant naar de andere.

Aan het eind van een maand ben ik klaar
en sta ik stil aan de rand van een diep zwart gat.

Als ik spring, ben ik het levend bewijs
van een lichaam dat nooit ophoudt met vallen:

over het midden minder ik vaart als ik stijg
tot vlak bij de andere rand;

daar kom ik tot stilstand om weer te vallen
met een kracht die gelijk is aan mijn sprong.

Eeuwig blijf ik van kant naar kant bewegen
in een onmogelijke werkelijkheid.

 

 

(gepubliceerd in Tegen beter weten 4, Vu-podium 2003)