De vaart
De schaduwen zijn vandaag vroeg wakker,
maar blijven nog even liggen in het natte gras;
al is het maandag, zij hebben geen haast.Het knorren van mijn maag rijmt op de stenen
die aan de overkant van de vaart
uit een vrachtwagen worden gekiept,zoals het onzichtbaar stromen van het water
op de stroom rijmt die hoogst ongrijpbaar
door de spanningskabels loopt:reuzenmannen dragen met uiterste armen
eindeloze kabels. Hun staan is vereeuwigd
zolang onze stekkers moeten eten.Een stilstaande Panda beantwoordt de lokroep
van de ochtendfile en een man roept agressief
zijn labrador. Tevergeefs staat hijonuitstaanbaar te blaffen;
er is geen hond die het verstaat.
Hier wordt een flater van onmacht geslagen.De lege lucht zal nu snel met strepen
zijn betekenis krijgen:
sporen van vooruitgang.De tijd komt met gebreken.
De mens is weerloos tegen wat bedacht is:
het laat zich niet vergeten.
(gepubliceerd in Tegen beter weten, Vu-podium 2005)