*
Een steen doet zich niet anders voor
dan hij is: van buiten
is hij even steen als van binnen.
Hoe anders is een mens:
zijn beet is van het beest, zijn aai
is soms goed, soms kwaad;
zijn lachje hachje is angsthard, zijn kus
kan een mond vol tanden zijn.
Zijn bikkele kunst is dansje leven.
De steen in het water maakt kringen
die in elkaar passen als Petroesjka's.
En de mens: zijn kringen in de tijd
worden wel groter en groter, maar
zijn soms vierkant tegen zichzelf.
(gepubliceerd in De Tweede Ronde, herfst 1999)