Engelenwerk
Op 15 december 2002 kwamen we op landgoed De Reehorst in Driebergen samen: een stuk of 20 kunstenaars en een iets grotere groep achterblijvers - vaders, moeders, broers, zussen, dochters en zonen van een stuk of 20 vermisten.
Na deze ontmoeting zijn de kunstenaars aan het werk gegaan om een kunstwerk te maken dat voor de ene achterblijver als een rouwsteen zou gaan dienen en voor de ander een teken van leven.
Kunstenares Marion Jacobse, zelf een achterblijver, is het project gewoon begonnen. Ze had geen geld, alleen maar een groot idee. En met haar enthousiasme heeft ze een groep kunstenaars weten te bezielen, heeft ze contact gezocht met de vereniging voor achterblijvers en in een later stadium met de makers van het TROS programma Vermist. Het grote idee groeide uit tot een groot project waaraan 25 kunstenaars meewerkten, waaronder ook bekende kunstenaars als Gerti Bierenbroodspot, Ans Markus en Peter Pontiac, dat financieel gedragen werd door de TROS en dat, naar mijn stellige overtuiging, werd gestuurd door … engelen.
Dus op 15 december kwamen we samen. Het lot zou bepalen welke kunstenaar gekoppeld zou worden aan welke achterblijver. Een voor een trokken de achterblijvers een enveloppe met daarin een naam van een van ons, om daarna meteen met hem of haar een plekje te zoeken om te praten. Van te voren was ons verteld dat achterblijvers stuk voor stuk sterke mensen zijn die direct ter zake komen - binnen 10 minuten was iedereen in gesprek en gonsde het van begeesterd leven.
Ik had er natuurlijk wel over nagedacht wat me te wachten zou kunnen staan, maar ik had me er eerlijk gezegd niet werkelijk in verdiept. Ook had ik gehoopt dat ik niet met een té erge vermissing te maken zou krijgen, niet iets met kleine kinderen. Maar de engelen hadden het al beslist. Eric, mijn man, een Belg, stelde zich voor en begon te vertellen: hij verloor zijn dochtertje op 26 februari 1991. Ze was toen 10 jaar. Hij heeft haar ’s ochtends, zoals elke morgen, afgezet bij de bus die haar naar school moest brengen. Hij heeft haar niet meer teruggezien - Nathalie is ontvoerd en (waarschijnlijk) vermoord.
Ik heb twee uur naar Eric geluisterd en me verbaasd over hoeveel ellende iemand kan en moet verdragen.
De dagen erna deed ik voorzichtige pogingen om voor me te stellen hoe het zou zijn om Mark, mijn zoon, die net, 14 december, 10 jaar geworden was, te verliezen. Ik kon het niet. Ik durfde het niet, omdat het gevoel dat die gedachte opriep ondraaglijk was en ook omdat ik bang was dat ik met die gedachte misschien het onheil over mezelf zou afroepen.
Ik had van te voren heel sterk het voorgevoel dat we gestuurd zouden gaan worden door hogere machten. Ik verwachtte bijvoorbeeld al dat ik, ook al was ik daar als beeldend kunstenaar uitgenodigd, gedichten zou gaan maken en ging er vanuit dat mijn achterblijver affiniteit met poëzie zou hebben: dat Eric aankwam met een stuk of 70 gedichten/teksten die hij in de loop van 11 jaar geschreven had, verbaasde me dan ook niet.
Ik wist wat ik zou maken. Niet een beeld of schilderij, maar een gedichtenbundel: iets dat hij overal mee naar toe kan nemen, iets dat hij aan anderen kan geven, iets dat hij in de kast kan zetten als het teveel wordt. De titel van de bundel had al dagen ervoor in mijn hoofd rondgezworven: Hier ben ik. Dat het engelenwerk was, bleek voor mij heel duidelijk na afloop van die ontmoetingsmiddag. Wij, de kunstenaars, zaten bij elkaar en vertelden elkaar over onze ontmoetingen. Een van ons vertelde dat hij al vóór de lotbepaling een man had zien zitten die hem heel sterk aan zijn eigen, stugge, vader deed denken. Hij wist meteen dat dát zijn man zou worden. Hij kreeg gelijk. Hij vertelde dat het gesprek heel moeizaam was geweest, maar dat hij tegelijk ook had geweten hoe hem aan het praten te krijgen, door de ervaringen met zijn eigen vader.
Een kunstenares vertelde dat haar vermiste een meisje was dat op 21jarige leeftijd het streng Katholieke gezin ontvlucht was. Ze vertelde meteen dat zijzelf óók op die leeftijd uit zo’n soort gezin was gevlucht en in Duitsland was gaan wonen.
Eén kunstenares zou binnenkort verhuizen en kwam in dezelfde straat te wonen als haar achterblijver. En weer een andere kunstenaar kreeg te maken met een vermiste jongen die zoekgeraakt was tijdens het maken van een wereldreis op de fiets; hoogstwaarschijnlijk is hij verdronken in een Australisch meer. Deze kunstenaar maakt zelf regelmatig wereldreizen.
Toeval bestaat niet.
Er is ook een documentaire gemaakt, die werd uitgezonden door de TROS, waarvoor een aantal kunstenaars en achterblijvers gevolgd werd. Iris Honderdos is een van hen. Zij kreeg te maken met een vrouw uit Den Helder, wiens man vermist wordt. Hij was kapitein op een schip en is ’s nachts overboord gevallen. Hij en zijn vrouw hadden een bijzonder innige band. Zij is niet religieus maar put steun uit een kunstwerk: een stuk lindehout, afkomstig uit café Eik en Linde. Het is duidelijk de helft van een stuk hout, en staat daarom voor haar symbool voor haar gebroken huwelijk. Iris Honderdos ging op zoek naar de andere helft. Het beeld werd een van de topstukken van het project.
Een ander mooi beeld werd gemaakt door Cemal Demir, een kunstenaar van Turkse afkomst.
Hij was dienstweigeraar en daarom verbannen; hij vond zijn lot in de meest militante achterblijver. Ook in tegenstellingen konden mensen elkaar vinden. Cemal maakte een roestvrijstalen deur voor buiten. Die deur zal openstaan, maar kan een keer gesloten worden. Zijn man kon niet wachten tot die deur in zijn tuin stond.
Op 6 juni 1992, de Landelijke Dag voor Vermisten, werden onze kunstwerken bij het Monument voor Vermisten aan de achterblijvers overhandigd. Ik wist dat ik gedichten zou maken. 21 Gedichten: 10 als symbool voor het leven van Nathalie en 11 als symbool voor de tijd erna. Ik zou ze schrijven vanuit Nathalie, als brieven aan haar vader. Eric, die zei dat hij van te voren niet goed had geweten wat hij moest verwachten, vond het een mooi idee. Ik denk dat hij aan het einde van de middag op 15 december nog steeds niet goed wist wat hij moest verwachten.
Ik ben elke avond gaan slapen, denkend aan Nathalie. Ik nodigde haar uit om mij op te zoeken in mijn slaap. Op 7 januari 1992 had ik 21 gedichten geschreven. Eric heeft me in dat eerste gesprek veel verteld: dat Nathalie een couveusekindje was geweest, dat hij voor haar ook nog een kind aan wiegendood had verloren, dat Nathalie heel zorgzaam was, dat hijzelf soldaat was, zonder geweer, dat hij niet opgehouden was met zoeken: naar haar, naar bewijs, naar gerechtigheid. Tussen de regels door hoorde ik dat de verdwijning van Nathalie haar leven verdrongen heeft, waarmee ik bedoel dat Eric alles wist van na haar verdwijning, maar nauwelijks vertelde over wie ze was, en was het net alsof hij dat niet meer wist, alsof er een deel van zijn herinnering aan haar was weggeslagen.
Ik wilde haar levend maken in woorden en hem naar haar terugbrengen.Toen ik het laatste gedicht geschreven had, ben ik ’s avonds gaan slapen met de gedachte dat ik Nathalie in mijn slaap zou bedanken voor haar aanwezigheid. Ik droomde die nacht van een kamer. We waren met meer. Er was in die kamer een deur waarvan niemand wist wat erachter was. Niemand van ons had ooit de drang gehad om die deur open te doen. Niemand was zich die deur bewust geweest.
In mijn droom wilde ik opeens weten wat erachter was. De deur bleek niet op slot. Erachter was een ruimte. Twee (naakte, geloof ik) kinderen hielden elkaar angstvallig vast. Ze hadden al die tijd geen geluid durven maken uit angst dat ze ontdekt zouden worden, zoals onderduikers tijdens de oorlog. Toen de deur open was en ze zagen dat het goed was, renden ze naar buiten en vlogen ons om de hals.
Ik wil graag geloven dat die droom geen droom was maar waarheid: dat het Eric’s kinderen waren die bevrijd werden. Dat zij bevrijd werden door mijn gedichten. Dat zij mij als medium hebben gebruikt om tot hun vader te spreken.