*

 

In de put, als een surprise gevangen,
   onder de wereld gevallen,
als Jozef of zo, dan heb je zoveel verloren
   dat je niets meer kunt verliezen.
De tijd loopt rondjes wacht
   om het gat waarin de lucht
van licht tot nacht te zien is.
   In het donker zie je er voorbij:
sterren, planeten; dan zijn je ogen vrij
   en droom je dat je de schenker
laat leven en de bakker dood.
   Plots valt er een steentje bij je
op de grond, een zaadje hoop,
   dat ontkiemt in vruchtbare aarde.

 

 

(gepubliceerd in De Tweede Ronde, winter 1999)