Landkaart

 

Ik leerde tellen op mijn vaders hand:
de witte vlekken, door pigmentgebrek,
veranderden in land, in vlaktes zand
waar niemand anders lopen kon dan ik;
ik raakte met de korrels in gesprek.

Er lagen daar wat takjes op de grond,
precies zo, dat ik in het midden stond;
ik had die takjes eerder niet gezien.
Ze waren glad en afgesleten rond.
Toen ik ze telde, telde ik er tien.

 

 

(gepubliceerd in Roodkoper, juni 1999)