Psalm der geleende letteren
Gelukkig is tralala de mens die niet valt
in de krocht die de toekomst voor ons groef,
niet trapt in de hel van de hoop, vol verwachting springt
in de val der harde planningen die onze harten sneller kloppen doen.
De toekomst laat zich lam berekenen, maar verbergt achter elke hoek
een onberekenbare bok.In den beginne was het er, tik tak, het nu. En toen ging het goed.
We hoefden alleen maar te zijn. Niet meer.
Het toen en het straks, verleden en toekomst, de datumwoorden,
dat zijn woorden van later.Zoals toen zijn we niet meer. Nu moeten we worden.
Het ogenblik klopt niet meer
bij ons aan, maar loopt tegenwoordig stilletjes onze nieuwbouw voorbij,
luidruchtig gevolgd door de toekomst, die de tijd vertegenwoordigt,
met statistische berekeningen onder zijn arm en met zijn voet
tussen de deur.Nu komen wij ter wereld, gauw, gauw, uit de graven van morgen,
met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen en haastige tongen
uit de mond. Al denkend aan de toekomst, zien we polshorloges
die tikke takke tikke takke niemand zeggen onze hartslag.Maar ik heb een droom: ik sta bij de grote zeeën van tijd,
ik zit bij de eindeloze Babylonische stromen en loop langs
het pom pom tuinpad van mijn vader, waar ik het kabbelen hoor
van het moment; ik pluk de eendagsbloem die ruikt naar hoger nu.Geef me heden de blote billen van de dagelijkse dag te kussen.
Laat me zetten de gewone stappen van gewone mensen
en niet de kleine gigantische stappen der mensheid.
Ik wil het fantastische ogenblik niet ruilen voor een aftands horloge.
Ik, die geboren ben, ik wil niet al verloren zijn.Al vallen de rotsen, het geeft niets; al stelen de kraaien de kruiken
en breken de kannen, zodat we uit niets de tellen kunnen drinken,
het geeft niets, want we hebben geen kannen of kruiken nodig
om de manna-druppels van het nu te drinken. We hoeven alleen maar
licht ons hoofd naar achteren te kantelen en de tong uit te steken
naar de toekomst en bim bam te zeggen, zoals de grote klokken.
Bim bam bim bam, ik ben gelukkig.
(gepubliceerd in Roodkoper, juni 1999)