Stad

 

Ze maakt me wakker met een musje - langzaam
dringt de golfslag van voorbijkomende auto's

tot me door: het wordt vloed in de straten,
eb in de huizen. Al stroomt het bloed

te hard in haar verkalkte waterleidingen en kan
ze de namen van haar nieuwbouwwijken niet onthouden,

ze lacht me toch vriendelijk toe;
ze heeft een groot hart,

maar ze is ongelukkig, oud;
haar lichaam draagt teveel kantoren.

's Avonds zingt ze wat en dansen haar pleinen,
maar het klinkt niet zoals vroeger.

Ze kent geen mensen meer; ze is moe.
Ze laat haar bomen vallen in plantsoenen.

 

 

(gepubliceerd in Tegen beter weten, Vu-podium 2005)