Bij het uitbreken van een oorlog
Wij staan doodlopend
met ogen vol tanden en tossen
de kop van jut om het nu
of nooit en torsen een toekomst
met scheve monden recht.Als wij zwijgen om vrede
en zoeken de nacht
in de grond, de pikzwarte
modder die gloednieuwe
koeien doet loeien,
doet optrekken de mist
voor de zon,staan zij tot de tanden
in droogte gewapend met niets
dan verleden verscholen
in zonlicht en klaar
voor het einde.Zij lopen doodstaand
met handen vol donker
want oog om oog en wij
zien alles in beeld als God
op de stoel in de kamer
met eten op schoot.
(gepubliceerd in Roodkoper, lente 2003)