Genesis
(bij een tekening van Job Worms)

Dit ben ik, mijn naam is Job.
Ik spreek, dus ik besta,
zonder woorden
bestaat geen schepping.

Op de eerste dag schep ik mijzelf
naar mijn omgekeerde evenbeeld.
Wat ik word, ben ik dus ook.
Maar tussen ons is er wereld
van verschil.
Ik noem mijzelf Boj,
want ik ben een jongen.

Op de tweede dag schep ik de nacht.
Als ik wakker ben, heet ik Job.
Als ik slaap, heet ik Boj
en droom dat alles goed is.

Op de derde dag word ik wakker
van de dorst,
dus schep ik het water
en even later maak
ik een schip
voor Noach, want die kan niet zwemmen.

Op de vierde dag schep ik wat dieren:
een vogel, een auto vol met beesten.
Tot zover de waarheid,
want op de vijfde dag
schep ik de leugen
in de vorm van een slang:


 

uit zijn bek krijgt elk woord vleugels.
Op de zesde dag moet ik naar school,
maar 's middags zit ik op een mestvaalt,
want kinderen hebben de pest aan kinderen
die nieuwe dingen durven denken.

Op de zevende dag droom ik
van een wereld die mooier is
dan ik kan dromen.