| Licht (bij een tekening van Isa Roelofsen) Er was eens een meisje. Ze woonde als een God in het paradijs. Op een dag dacht ze: er moet licht komen in mijn paradijs, wit licht, zodat ik zien kan. En ze sprak: 'licht'. Toen Isa dit woord gesproken had, was er prompt voor haar ogen een wit vel papier. Ze keek over het wit en zag dat het goed was.Na verloop van tijd, nadat ze gewend was geraakt aan het wit, dacht Isa dat het goed zou zijn als er ook wat donker was, een beetje zwart, zodat het wit extra zou schitteren. En ze pakte haar pen en kraste een paar zwarte lijnen. Toen dacht Isa dat het mooi zou zijn om van die zwarte lijnen een figuur te maken, een figuur die als een moeder kon zijn. En ze tekende en tekende en schiep een mooie vrouw met vogelpootjes. Isa noemde de vrouw Eva. En ze zag het goed was. Na een tijdje begreep Isa dat een moeder zonder man teveel leegte zou hebben en ze tekende een goede man met stekeltjes. Isa noemde de man Rick en ze zag het goed was. Het licht was gevuld met een moeder en een vader. Isa zorgde goed voor hen en leerde ze alle dingen die ze moesten weten. Toen Eva en Rick groot genoeg waren om voor zichzelf te zorgen, tekende Isa een dier, opdat de moeder en de vader iets hadden om samen voor te zorgen. Isa tekende een haai. Maar Eva en Rick waren helemaal niet blij met de haai. Ze zeiden: 'een haai is niet lekker om te aaien en een haai zwemt ook liever in water, water is hier niet getekend'. Isa luisterde goed naar Eva en Rick en gumde de haai weer uit. Daarna tekende ze een poes, een lieve poes met zachte haren om te strelen. Eva en Rick waren heel blij met de poes. Ze vroegen of ze de poes Sharky mochten noemen, naar de uitgegumde haai. Isa lachte en zei dat dat wel goed was, maar dat ze Sparky leuker vond. Toen de poes de naam Sparky hoorde, begon ie te spinnen en te spinnen, en liet horen dat het goed was. |
![]() |