De man in de straat Neem voor de geest die staat met zijn rug tegen de muur, Zijn ogen dragen wat te zien is: Hij ziet niet het open einde het verdwijnpunt Hij ziet ook u niet, Hij kijkt alleen naar de onveranderde grauwe muur Dan – de man is slechts een paar zinnen ouder aan het begin van dit gedicht – De plooien in zijn voorhoofd nemen in korte tijd worden ruw als baksteen. Hij is reddeloos |
|---|