Psalm Er barst een liegbeest uit zijn schaal en brengt een toost uit op het stof. En het zoogdier men: eentje steekt zijn kop in het ei, tweetje steekt zijn kop in de kip, drietje blaast een liever liedje. Maar de heb is in de lucht en de krijg groeit op de rug. Onverstaanbaar zwijgt een stille steen: zoekt het goud niet in de zee, zoekt het goed in het rijk, niemand neemt zijn lijkje mee. |
|---|