Collage Statenvertalingen

 

Psalm 1

 

Rechtvaardigen gelukken goddelozen,
zondaars zondaren rechtvaardigen.

Hij die is geplant in spottersboom,
niet afvalt in de vergadering,
hij overdenkt niet zijn want,
hij henendrijft op raad der waterbeken
en in wind.
De man der wet zit als in lust,
doet de maar-maar-weg,
kent zijn gestalte, het blad,
de den-der-nacht,
zal alzo zijn der goddelozen.

Het bestaan is zijn noch wel,
noch al wat zijn zal, zal vergaan.
De tijd geeft goddelozen vrucht,
wandelt op de dag en in de weg.
Daarom, goddelozen, aan het kaf
des Heeren staat een MAAR,
als wet en want-gericht.

Welks weg niet welgelukzalig,
dat die noch der niet Heere zullen.