Twee mannen nemen een kijkje in een gedicht

Jeetje, het is heel anders.
Wat had je dan verwacht?
Ik weet niet, oude zooi, of zo.
Het ziet er inderdaad wel behoorlijk uit.
Kijk, verdomd, het is echt een gedicht.
Kijk hier.
            Ja, natuurlijk, dat stond er toch.
Ja, doe jij even alsof je alles al weet.
Jij had toch ook nooit eerder een gedicht van binnen gezien.
            Nee, maar het verbaast me niet.
Nou, ik vind het behoorlijk anders.
Het ziet er helemaal niet ingewikkeld uit.
            Wie zegt dat dit een moeilijk gedicht is!
Ach, kom, alle gedichten zijn moeilijk.
            Nou, deze blijkbaar niet.
Van binnen niet, nee.
Van wie is het eigenlijk?
Marsman, of zo?
            Nee, joh, die is allang dood.
Nou en, zijn gedichten toch niet.
Wijsneus.
            Nee, Marsman kan niet.
            Die zijn niet te lezen.
Van wie dan?
            Weet ik veel.
            Misschien is het helemaal niet beroemd.
Wat bedoel je?
            Nou, ik bedoel, misschien is het wel van een zondagsdichter.
Daar gaat toch geen hond naar binnen.
            Het zou best kunnen.
            Het is veel te makkelijk; Marsman zou het ingewikkelder maken.
Dit is toch geen echte poëzie.
Zie je dat! Daar. Nou weet ik het zeker.
Getver, je hebt gelijk.
Doen we een keer aan poëzie, is het zondags  rotgedicht.
            Ik dacht het al meteen eigenlijk.
Jezus, zitten we hier een beetje onze tijd te verdoen.
            Het stinkt hier ook nog eens even; ruik je het?
Ik wil d’r uit.
Ja, snel, wegwezen hier.
            Waar kun je er eigenlijk uit?