Twee vriendinnen nemen een kijkje in een gedicht
Gek, hè.
Ja, het voelt heel gewoon.
Een soort thuiskomen.
Ja, zoiets.
Echt gek.
Ik zie vooral woorden die ik zelf zou kunnen gebruiken.
Sja, zeg.
Daar, kijk daar, dat zou ik zo kunnen zeggen.
Zou iedereen dat hebben?
Dat kan toch haast niet!
Nee, dan zou het een supergedicht zijn.
Maar wel gek dat wij dat wel hebben.
Allebei, bedoel ik.
Het is toch niet voor niets dat we hier zijn.
Wat bedoel je?
Toeval bestaat niet.
Ja, je zou het haast gaan denken.
Ik heb het gevoel
dat ik doorzichtig ben, of zo.
Ja, dat heb je soms met gedichten.
Weet je, ik zou best m´n kleren willen uitdoen.
Hou ze maar lekker aan.
Zal je net zien,
sta jij net in je poedeltje,
komt de dichter terug.
Nee, joh, die kan hier helemaal niet meer komen.
Het gedicht is toch af.