Uittreding
Vannacht werd ik wakker van regen in mijn oog; starend stond het aan rietstengels die als wimpers stonden op mijn oogkant. over mijn huid op zoek naar wind; het leek alsof ik werd geroepen. een zure tong, ivoren kastelen en een vurige luchtballon die op zijn kop een woordje 'ik' zat als een kippenbotje klem tussen mijn stembanden. zweeg alsof ik in de spiegel keek. De luchtpijp rookte toen en wrikte tot ik mezelf had bevrijd: omgekeerd klonk het in mijn buik: 'ki'. Toen pas keerde ik de weg van de slaap om. |
|---|