Verhandeling over de stoel De stoel is om op te zitten. Mensen kunnen zitten. Stoelen bestaan meestal in groepen, met name rondom tafels. In groepen van vier komen ze het meeste voor, maar ook wel in groepen van vijf of zes. Meer kan ook, maar dan staan de stoelen in openbare gelegenheden. In deze situatie wordt het gebruik ervan ook veelzijdiger: behalve dat de stoel gebruikt wordt om op te zitten, wordt de stoel ook een plek om een voet op te zetten. Soms twee. Meestal geen drie. Vier of meer voeten is een uitzonderlijkheid. Een stoel wordt niet een tafel als de stoel als zodanig wordt gebruikt en er voorwerpen op zijn geplaatst, zoals een asbak, een vaas of een beeldje. Dan zeggen we: "Haal die rommel van de stoel". Als deze voorwerpen op een tafel staan zullen ze zelden als rommel worden gekwalificeerd, tenzij de kwaliteit van deze voorwerpen daar aanleiding toe geeft. Een bank is ook bedoeld om op te zitten, maar wordt veel gebruikt om op te liggen. Mensen kunnen liggen. Kranten ook; een negatieve benaming voor het liggen van kranten is "laten slingeren", waarmee dan bedoeld wordt dat de krant opgeruimd dient te worden. Een stoel is nog steeds een stoel als er één poot af is. We spreken dan van een kapotte stoel, aangenomen dat de stoel in oorspronkelijke staat over vier poten beschikte. Bijna altijd heeft een stoel vier poten. Drie poten komt voor; dan spreken we van een modern vormgegeven stoel. |
|---|