Zweet
Er is het bed. De vrouw aan een kant.
In de vrouw is het stil. Voor de storm. In
de man is er beweging. Hij bevindt zich in haar
droom. Gang op, licht aan. Trap af, God weet
wat hij zoekt. Licht uit, voet stap – stapvoets valt hij
in het gat. Zij als de dood. Hij gaat
voorzichtig liggen. Het is haar droom,
maar het gebeurt buiten haar zeggen.