| Meneer en mevrouw konijn (bij een tekening van Lilian Holtz) Ze hebben oren om te horen, ze hebben poten om te lopen, ze hebben ogen om te zien. Wat zien ze dan? Ze zien de boom van goed en kwaad, de appelboom, die ene appel die voor hen verboden is. Zie dit paradijs, de zon een hart met overstromend licht. Alles goed en wel. Maar in de grond,dat donker hol, die lange gang naar zwarte stoelen: daar huist de slang die eens mevrouw maar ook meneer, tot eten zal verleiden. |
![]() |