Metamorfose
(bij een tekening van Guus Garé)

Visje.
Dag visje,
kommernisje.
Bijna huilend donderkopje.
Ga je ergens heen?
Ga je zwemmen in het kroos,
in een zee van krokodillentranen?
Wil je graag een inktvis zijn
die zinnen schrijft en punten
achter het verdriet.
Ga maar liever vrolijk bellen blazen,
ouder worden, kruizen dragen,
kerken stichten, eerste stenen leggen,
als een Ichthus door het leven gaan,
doelbewust te lijden als een visser
aan het hout – de nagels die ze sloegen
zijn als ogen, zijn als knoppen
van de deur die mensen welkom heten:
kom maar binnen, ik zal spreken,
ik zal preken van een kikkervisje
die geen kikker werd, geen prins,
maar koninklijke herder.
Als de klokken luiden, groei ik verder.