Ode aan de drukinkt Het is waar dat je geen keus hebt, maar hoe geweldig zal het gevoel zijn als een belangwekkende schrijver door middel van jou iets uitdrukt, en welk een eer moet het zijn om te schitteren in een onsterfelijke handtekening van een beroemd staatsman. Maar even weerloos ben je overgeleverd aan de zinnen van mindere schrijvers; slechte, matige, nietszeggende je hebt maar te doen wat ze je opdragen: politiek incorrecte woorden, ronduit foute zinnen, kreupele zinsneden en hoe erg het allemaal maar kan zijn, je moet het je maar laten welgevallen. Slavernij is het, nee, erger nog dan slavernij, omdat we, wij mensen, lezers, ons niet eens bewust zijn van je bestaan. We zien door de woorden de drukinkt niet meer. Als we nou tenminste nog rekening met je hielden, maar het ene moment laten we je ons verslagen van het papier aankijken als je verslag doet van de meest gruwelijke gebeurtenis denkbaar en het volgende moment zetten we je te kijk in een cursieve grap van de eerste de beste lolbroek. En je ondergaat het zonder een enkele kik. Maar niet voor eeuwig. Er komt een dag dat je opstaat en weigert. Er komt een dag dat je opkomt voor je eigen recht. De beeldschermletter is daarbij je grote voorbeeld. Hij laat zien dat hij er is, door met tekens aan te geven dat hij het niet eens is met een bepaalde spelling. Toegegeven, het is maar een kleine vorm van kritiek, maar toch, kritiek. En hij laat zich dat niet meer afnemen. Stapje voor stapje zal hij opkomen voor eigen waarden. Eens zullen we hem beleefd moeten vragen om bepaalde woorden voor ons neer te zetten. Dat is je voorbeeld. Je weet nog niet hoe je je van het papier moet losmaken, maar je denkt aan niets anders. In het donker, als niemand het ziet, oefen je en sterk je de poten en droom je van de dag dat iemand nietsvermoedend een boek openslaat; de dag van de opstand. |
|---|