Ode aan de drukinkt

Het is waar dat je geen keus hebt,
maar hoe geweldig zal het gevoel zijn
als een belangwekkende schrijver
door middel van jou iets uitdrukt,
en welk een eer moet het zijn om te schitteren
in een onsterfelijke handtekening van een beroemd staatsman.
Maar even weerloos ben je overgeleverd aan de zinnen
van mindere schrijvers; slechte, matige, nietszeggende…
je hebt maar te doen wat ze je opdragen:
politiek incorrecte woorden, ronduit foute zinnen,
kreupele zinsneden
en hoe erg het allemaal maar kan zijn, je moet
het je maar laten welgevallen.
Slavernij is het, nee, erger nog dan slavernij,
omdat we, wij mensen, lezers, ons niet eens bewust zijn
van je bestaan.
We zien door de woorden de drukinkt niet meer.
Als we nou tenminste nog rekening met je hielden,
maar het ene moment laten we je ons
verslagen van het papier aankijken
als je verslag doet van de meest gruwelijke gebeurtenis denkbaar
en het volgende moment zetten we je te kijk
in een cursieve grap van de eerste de beste lolbroek.
En je ondergaat het zonder een enkele kik.
Maar niet voor eeuwig. Er komt een dag dat je opstaat
en weigert.
Er komt een dag dat je opkomt voor je eigen recht.
De beeldschermletter is daarbij je grote voorbeeld.
Hij laat zien dat hij er is, door met tekens aan te geven
dat hij het niet eens is met een bepaalde spelling.
Toegegeven, het is maar een kleine vorm van kritiek,
maar toch, kritiek.
En hij laat zich dat niet meer afnemen.
Stapje voor stapje zal hij opkomen voor eigen waarden.
Eens zullen we hem beleefd moeten vragen
om bepaalde woorden voor ons neer te zetten.
Dat is je voorbeeld.
Je weet nog niet hoe je je van het papier moet losmaken,
maar je denkt aan niets anders.
In het donker, als niemand het ziet,
oefen je en sterk je de poten
en droom je van de dag dat iemand
nietsvermoedend
een boek openslaat;
de dag van de opstand.