Ode aan de hoogmoed

We vinden je geweldig en werpen ons vol overgave
naast je oogverblindende schoenen
in de hoop dat de glans die daarvan afstraalt
ook ons in beter daglicht stelt.
We raken zacht de zoom aan van je kleed,
dat tastbaar stukje hemel dat witter is dan vlekkeloos,
en hopen dat wij eens als jij gaan schitteren
als we in de slipstream blijven lopen van je hemelvaart.
Want dat je hemels bent is zonneklaar,
al menen zondekenners dat het licht dat valt
van jouw gezicht zo vals is als de duvel zelf
en dat wij nimmer uit jouw schaduw zullen treden.
Ook het diepe vallen weten ze
in kleuren en geuren te vertellen.
Maar het is de kift. Kijk toch naar hun smoelen
die zo zuur zijn als hun klompen en de lompheid
van hun gang geeft niets dan kromme tenen.
Moet dát ons lichtend voorbeeld zijn?
Terwijl jij prachtig bent en kijkt naar ons
uit grote hoogte.
Dat je ons soms helemaal niet ziet,
dat is terecht, dat nemen wij voor lief,
want jij bent beter.
Wij zijn jou echt niet waardig,
wij zijn maar vuiltjes aan je voet.