Ode aan de leugen

Het is niet dat ik de waarheid zo een hak wil zetten,
al zou ik haar gezicht wel willen zien, op het moment dat niet zij,
maar haar opponent deze ode in de wacht sleept.
Maar laten we eerlijk wezen, de waarheid heeft geen ode nodig;
zij weet, op het arrogante af,
hoe deugdelijk en goed ze wel niet is.
Maar jij, leugen, jij weet half niet
hoe goed je zelf bent. Bovendien ben je net zo waardevol
voor de waarheid als de nacht voor de dag.
Er kan geen sprake zijn van het een zonder het bestaan van de ander.
En is het ook niet zo dat het felle licht van de waarheid
via jouw verbloeming pijnlozer is te ondergaan.
Als de ogen van de waarheid verblinden, dan moeten we wel vluchten
naar de ieder ijkpunt ontwijkende ogen van de leugen.
Waarheid wil niet liegen. Ze zal nooit de scherpe kantjes
van haar openbaring schuren, maar altijd glashard zijn.
Terwijl jij, leugen, nog wel eens om bestwil
een onwaarheid wil verdraaien.
Des te schrijnender is het dan,
dat we je toch altijd laten barsten.