Ode aan de vergeving
Hand, ik neem jou het slaan niet kwalijk
en ook niet het wijzen van je vinger.
Voet, ik neem jou het schoppen niet kwalijk.
Mond, de woorden die je sprak, die vernietigende woorden,
dat waren niet jouw woorden.
Oog, je kon niets anders dan zien wat je kon.
En oor...
Lichaam, niet meer dan beheerder
van ledematen en zintuigen,
niet meer dan omhulsel,
huis voor ingewanden, organen, weefsel, bloed,
jou valt niets te verwijten.
En ziel. Ziel?
Als de klokken luiden, sta je er alleen voor.
En verleden, moeder van toekomst,
je bent vergeten en vergeven.
Ik kan niemand iets kwalijk nemen.