Ode aan de vrijheid

Je bent een goede moeder, zoals je ons opvoedt,
ons leidt over moeilijk begaanbare wegen, door gangen,
donkere paden, veilig langs vlijmscherpe keien
en voetsmalle richels diepten voorbij.
Als afgronden ons tot springen uitdagen, houd jij ons tegen
met hekjes en streng veboden toegang.
Ooit, op een onverwacht moment, zullen we een vlakte bereiken,
een wijdte die ons in eerste instantie zal overweldigen.
Dan zijn we groot genoeg om vrij te zijn.
Dat zal de plaats zijn waar je ons loslaat. Eerst nog
zullen we niet willen, bang bij je blijven, een paar meter
weglopen, weer omkijken, en terugrennen.
Maar uiteindelijk zal de verte ons naar zich toetrekken,
weg van jou. En jij zal dat laten gebeuren.
En treuren in stilte.
Maar nog niet.
Nu zou de vrijheid zijn als een woestijn
die verstikt. De golven zand zouden te hoog zijn.
Je bent een goede moeder en houdt ons
met je regels staande. Zoals we tafelpoten hadden
om vast te grijpen tijdens onze eerste wandelingen.
Vrijheid moet je leren, zoals je ook een keer hebt leren lopen.
Regels, wetten, grote en kleine, her en der verspreid:
praat niet te hard, wees niet zonder reden onbeleefd,
sta nooit op iemands tenen, gebruik een koffiefilter
slechts één keer, als er geen stoel staat, blijf je staan.
Regels. En wij kinderen der vrijheid
hoeven niet te weten waarom een regel is gesteld.
Met een simpel 'daarom' moeten we tevreden zijn.
Geen verdere vragen stellen, want daarmee riskeren we
verscherping van de voorschriften.
Jij bent de goede vrijheid, de alwetende moeder.
Wij moeten niet zeuren.