| Raadsel bij een tekening van Job Nak Wat? Wie ik ben? Nu dames, let op: Ik ben dameus, malicieus, met omineuze ogen, zó verschrikkelijk mooi en lelijk dat de mannen aan de grond genageld blijven staan als ze me zien. Ik kan niet zeggen hoe ik heet, want dat mag niet van het meisje dat me heeft getekend, maar verborgen in mijn koude zinnen is mijn naam te vinden. Ik ben zo kil als steen, wie dus ame komt, zal rillen. Als je doof bent voor mijn tong, dan is er nog een laatste kwaad: mijn haar hardhandig en giftig als slangen. Heren: kijk me dus aan en wees als de dood. |
![]() |