Raadsel
bij een tekening van Job Nak

Wat?
Wie ik ben?
Nu dames, let op: Ik ben dameus,
malicieus, met omineuze ogen,
zó verschrikkelijk mooi en lelijk dat de mannen
aan de grond genageld blijven staan
als ze me zien.

Ik kan niet zeggen
hoe ik heet,
want dat mag niet van het meisje
dat me heeft getekend,
maar verborgen in mijn koude zinnen
is mijn naam te vinden.

Ik ben zo kil als steen,
wie dus ame komt,
zal rillen. Als je doof bent
voor mijn tong, dan is er nog
een laatste kwaad:

mijn haar
hardhandig en giftig als slangen.
Heren: kijk me dus aan
en wees als de dood.