H.H. ter Balkt
Anti-canto’s en De Astatica

Uitgeverij: De Bezige Bij

Onlangs gaf ik op een middelbare school een workshop poëzie. Ik moest een kleine honderd Mbo-leerlingen aanzetten tot het maken van een gedicht. Aan het begin was er een klein interview gepland, waarin ik het een en ander over het maken van gedichten kon vertellen. Een van de vragen was, en het antwoord was me al van te voren op het hart gedrukt: moet je intelligent zijn om poëzie te kunnen schrijven? Nee, dat hoeft niet, was mijn antwoord; je hoeft alleen maar je intuïtie te volgen. Als ik toen de anti-canto’s van H.H. ter Balkt al gelezen had, zou mijn antwoord zeker anders zijn geweest.
Op de voorkant van de mooi vormgegeven bundel is een luchtfoto te zien van een afvalverwerkingsinstallatie. De diepere bedoeling van die foto zal wel zijn, dat de gedichten die in deze bundel staan zijn opgebouwd uit stukken taal- en kennisafval, maar de betekenis die ik aan de foto geef is dat de deze afvalverwerkingsinstallatie de naderende eindbestemming van de bundel is.
Ik geef het toe, ik heb niet alle gedichten gelezen, ik kwam er niet doorheen. De bundel heeft 175 bladzijden: 40 gedichten die Ter Balkt anti-canto’s noemt, 13 korte verhaalachtige teksten, enkele foto’s, een groot aantal kleine tekeningetjes rondom de teksten, 15 bladzijden belangwekkende aantekeningen en 2 bladzijden verantwoording, waarin genoemd wordt waar de anti-canto’s eerder zijn gepubliceerd – Tirade, Dietsche Warande & Belfort, De Revisor, Raster, De Zingende Zaag, Het liegend konijn, Poëziekrant, kortom, niet de minsten.

Ik geef een voorbeeld. In zijn geheel: Anti-canto 20; bij het gedicht hoort een foto van de luchtplaats in de Extra Beveiligde Inrichting Nieuw-Vosseveld in Vught. (Het gedicht is eerder gepubliceerd in Het liegend konijn)

   Hakblok

   ‘Geef mij een grote sonore waanzin’
   De Lusiaden, canto 1
   Luis Vaz de Camoës (1524 – 1580)

Bij het hoofdgebouw waar de bladschaduw tijgert
   Klaas kwam, fluisterde ’t ijzeroer
      diep in het aardrijk

      Hakblok
‘Zoals op het hakblok de hanekop valt
zoals de hanekop valt, zo staarde ik
een tijdlang rond in jullie blij koffiehuis
duizelende hooggeheven bijlslagen’
                                   (Skylab Singh)

      Stadhoudster van de Acht:
   Addergif noch kreeft of zaagbek
   noch woekeraars in zwarte kooien
bij Guillén of in Pisa
kunnen de acht versmallen
    of als gietvorm vernietigen

Laat het zo zijn

Wijn met cayennepeper hun drug
toen zij naar Napels voeren
Keats en de zijnen
                        (oude mergpijp dreigde)
                        Spaanse Trappen nog ver
Drietongigen
      Hondsdolheid laaide
      Oude mergpijp
           Stort zich zijn wolk uit

‘G e t   o f  f   m y   c l o u d’

Bij de aantekeningen staan nog een stuk of wat opmerkingen die het gedicht niet bepaald makkelijker maken. Zo worden Horatius, Giacamo Leopardi en Ezra Pound erbij gehaald,  en wordt er o.a. vermeld dat de Spaanse trappen in Rome te vinden zijn en dat ‘Klaas komt’ een strijdkreet is die in 1966 en 1967 op de Amsterdamse muren te lezen was. 
Ter Balkt is natuurlijk niet zomaar iemand, hij heeft in 2003 de P.C. Hooftprijs gekregen voor zijn oeuvre! Hij moet ontzettend belezen zijn en bijzonder geniaal en uitzonderlijk intelligent...maar hier voor mij onnavolgbaar. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die deze gedichten willen uitpluizen, bestuderen en bebroeden, zoals er misschien ook wel mensen zijn die het een uitdaging vinden om het geluid van een fax te doorgronden.
Voor gewone mensen, zoals ik, is deze bundel te hoog gegrepen.

 

Roodkoper, zomer 2004 - 2