Alice Sebold
De wijde hemel
Vertaling: Molly van Gelder
Uitgeverij de Bezige Bij
‘Mijn achternaam was Salmon, zalm dus; mijn voornaam Susie. Op 6 december 1973, toen ik veertien was, werd ik vermoord’. Je zit meteen rechtop! Dit zijn de openingswoorden van een boek over een meisje dat verkracht wordt, vermoord en in stukken gehakt door een seriemoordenaar, over een meisje dat vermist blijft, omdat haar lichaam nooit wordt gevonden, met uitzondering van een elleboog en jaren later een voet.
Zo’n loodzwaar gegeven moet wel een loodzwaar boek opleveren, zou je denken, maar bijna het tegendeel is waar. De wijde hemel is een licht, transparant en prachtig boek. Dat komt vooral door de bijzondere verteller: het hele verhaal wordt verteld door de alwetende Susie Salmon zelf. Zij neemt alles waar vanuit de hemel, haar wijde hemel. Zij ziet waar de moordenaar zich ontdoet van haar lichaam, in een stuk drijfzand dat mensen gebruiken voor het dumpen van oude ijskasten, autowrakken e.d. Zij ziet hoe het gezin uit elkaar valt – vader, moeder, zusje en broer – omdat ze op verschillende manieren met het verlies omgaan, of niet omgaan. Zij ziet hoe iedereen in het dorp de moord met zich meeneemt in hun ontwikkeling. Zij ziet hoe de kinderen uit haar klas volwassen worden terwijl zij een veertienjarig meisje blijft.
Susie zit in een soort tussenland, een voorhemel waarin gestorven mensen zitten die de aarde nog niet hebben kunnen loslaten, die zich soms heel even kenbaar kunnen maken aan de levenden, door kortstondig te verschijnen in spiegels, als schimmen, in dromen. Voelbaar is ze altijd.
Ik geloof dat de voorstelling die Alice Sebold van de hemel geeft, de werkelijkheid benadert: een plaats waarin je je prettig voelt en waarin je je voorbereidt op het loslaten van het leven dat je geleefd hebt. Hoe verder je het leven loslaat, hoe groter je hemel kan worden en hoe meer overleden mensen je kunt ontmoeten. Na een paar jaar in haar hemel te zijn, krijgt ze bijvoorbeeld heel even bezoek van haar opa, die haar zegt dat ze later vaker contact kunnen krijgen. En ook krijgt ze, als ze er klaar voor is, alle meisjes en vrouwen te zien die ook door haar moordenaar vermoord zijn.
Aan het begin van het boek is het meteen al duidelijk wie de moordenaar is, en natuurlijk wil iedereen – Susie, de ouders, alle betrokkenen en ook de lezer – dat de dader ontmaskerd wordt en gepakt. Wij weten waar ze moeten zoeken! En we hebben allemaal genoeg detectives en thrillers gezien op televisie waarin de daders aan het eind gepakt worden en recht wordt gedaan aan ons gevoel van rechtvaardigheid om te verwachten dat ook in dit boek de dader uiteindelijk zijn straf krijgt. Maar het boek sluit aan bij de werkelijkheid die soms ondraaglijk onrechtvaardig is.Het kan natuurlijk niet anders dan dit verhaal me herinnert aan Nathalie Geijsbregts, een meisje van 10 jaar, dat altijd 10 jaar blijft, omdat ze sinds 26 februari 1991 vermist is – en waarschijnlijk vermoord en wie weet welke gruwelijke dingen haar voor haar dood zijn aangedaan.
Haar vader heeft me over haar verteld en ik heb naar aanleiding van zijn verhaal een dichtbundel geschreven die gelezen kan worden als brieven van Nathalie aan haar vader. Ik stelde me voor dat ze vanuit haar hemel keek naar onze wereld en alles volgde wat haar vader deed om haar en haar moordenaar te vinden. En vanaf het moment dat ik, elf jaar naar haar verdwijning, erbij betrokken was, stelde ik me voor dat ze ook bij mij was – nee, ik wist zeker dat ze bij me was.
De vader en moeder van Nathalie zijn, net als de ouders van Susie Salmon, uit elkaar gegroeid en gescheiden. Hij is niet opgehouden met zoeken, heeft alle nationale en internationale televisieprogramma’s opgezocht waarin vermissingen centraal staan, bleef vechten. Hij heeft een immens krantenknipselarchief van alles wat met kinderpornografie te maken heeft. Zij wilde verwerken, doorgaan met leven en misschien wel vergeten.
Zo doen de ouders van Susie Salmon het in het boek: hij vecht en zij vlucht. Hij vecht tegen de laksheid van de politie en bestookt ze met steeds weer nieuwe aanwijzingen; hij voelt, hij weet zeker dat die zonderlinge man in hun straat, een paar huizen verderop, de dader is. Maar de politie doet niets zonder harde aanwijzingen. Hij probeert het recht in eigen hand te nemen, maakt daarbij een grove fout en maakt zich voor de buurt en zijn vrouw volslagen belachelijk.
Zij probeert gewoon door te leven en raakt verbitterd; ze gaat zelfs niet naar de spontane herdenking die de buurtbewoners na een jaar organiseren op de plek waar ze waarschijnlijk vermoord is, het veldje waar haar elleboog gevonden is. Op een moment kan ze niet anders dan weggaan. Gelukkig komt er in hun leven een wending en is er min of meer een happy end als de ouders hebben leren leven met het verlies van hun dochter.
De ouders van Nathalie hebben zo’n wending niet mogen meemaken. Een belangrijke reden daarvoor is dat hij niet gelooft in een wijde hemel voor Nathalie. Daarmee doet hij de deur voor haar dicht. Voor mensen zoals hij heeft Alice Sebold haar boek geschreven.
Roodkoper, februari 2006 – 6,7