Arjen Duinker
De geschiedenis van een opsomming

Meulenhoff

Als je de taal die Arjen Duinker gebruikt in ‘De geschiedenis van een opsomming’ zou mogen vergelijken met water, en lezen van die taal met zwemmen, dan ben je steeds aan het verdrinken. Het water lijkt stil, de woorden zijn eigenlijk nooit moeilijk, maar je kunt er nauwelijks in zwemmen, omdat de woordcombinaties vreemd zijn. Op deze woorden moet je drijven. Associatief, dat is de manier waarop je deze poëzie moet lezen. Close reading werkt niet omdat in deze gedichten vaak woorden gekozen zijn voor het effect dat ze teweegbrengen en niet zozeer voor hun betekenis. Je moet vooral niet elk woord en elke zin proberen te duiden, maar je gedachten vrijuit laten stromen in een poging de verbindingen die in het hoofd van de dichter gemaakt zijn opnieuw in je eigen hoofd tot stand te laten komen.
De titel dekt volkomen de lading, er wordt heel wat opgesomd: getallen, namen, houtsoorten, bezigheden, gradenreeksen, jaartallen. Zonder dat je overigens als lezer het gevoel krijgt een geschiedenisboek of iets dergelijks in handen te hebben. Het is eerder een stijlfiguur. Maar een zo ongebruikelijk stijlfiguur dat het onwaarschijnlijk is dat Duinker hierna ooit nog eens een opsommend gedicht in een bundel zal opnemen. Een voorbeeld:

Overzicht

 

Toen je ouder dan 50 was,
At je alleen nog kreeften en splinters.

Toen je ouder dan 40 was,
Keek je naar gozers met flitsende heupen.

Toen je ouder dan 30 was,
Bezocht je Romaanse kerkjes op dinsdag.

Toen je ouder  dan 20 was,
Luisterde je steeds naar kale geluiden.

Toen je ouder dan 10 was ,
Begon je al van de hel te dromen.

Toen je ouder dan 0 was,
Kocht je een ouderwetse vissersboot.

Toen je ouder dan –10 was,
Sneed je bij herhaling je polsen door.

Toen je ouder dan –20 was,
Hield je erg van oorlogsdocumentaires.

Toen je ouder dan –30 was,
Spiegelde je je graag aan discuswerpers.

Toen je ouder dan –40 was,
Vond je een plek om krankzinnig te zwijgen.

De zin waarmee dit gedicht begint, ‘Toen je ouder dan 50 was’, doet vermoeden dat er een zin zal komen als ‘Toen je ouder dan 60 was’. Het gedicht gaat echter juist terug in de tijd. In het begin lijkt het erop dat we te maken hebben met een persoon, maar als het leven van die persoon onder nul gewoon verder gaat, word je gedwongen om anders te denken. Ik neem aan dat het hier gaat over de geschiedenis van de mensheid, waarbij elke leeftijd een periode na, tijdens of voor Christus vertegenwoordigt. Het gedicht eindigt met de periode waarin de mens nog niet bestond, of toch bestond maar nog niet als mens. Vervolgens refereert ‘Toen je ouder dan 0 was’ aan Christus, of aan de apostelen. ‘Toen je ouder dan 50 was’ staat dan voor het heden, waarin we rijk zijn en kreeft eten, maar tegelijk ook versplinterd zijn en alleen maar kennis hebben van een heel klein vakgebied. Iedere leeftijd geeft dan net genoeg informatie om een bepaalde periode op te roepen. Wat verder opvalt aan het gedicht zijn de verschillende werkwoorden en de opgeroepen beelden die zorgvuldig met elke leeftijd totaal anders zijn, alsof je steeds een andere kamer binnenstapt.

Eiland
Terugkomend op de vergelijking  die ik maakte van de taal met water, en het lezen van die taal met dreigen te verdrinken: er staat een aantal verhalende gedichten in deze bundel die eenvoudig te begrijpen zijn en bovendien erg meeslepend, waarbij je het gevoel krijgt je op een eiland te bevinden, een rustpunt. Een van die gedichten gaat over een scheidsrechter die een voetbalwedstrijd fluit. Het gedicht begint met een onopzettelijke overtreding, een kopstoot. Een speler blijft geblesseerd op de grond liggen. De verzorger rent naar hem toe en vraagt, om te weten of hij nog bij zijn positieven is, naar zijn naam. Dan begint die speler, die in de rest van het gedicht ‘de scheve’ wordt genoemd, allemaal namen te noemen: ‘William Carlos Williams, of misschien ook /Attila József, of Frédéric Pacéré Titinga, of Alberto Caeiro’. De speler past niet meer in het beeld dat we hebben van een voetballer, maar past vrijwel meteen ook niet meer in het beeld dat we van de nieuwe persoon hebben gekregen, want zijn persoonlijkheid verandert steeds: na de namen van schrijvers en later sporters komen vreemde wedstrijduitslagen,  en daarna nog poëtische omschrijvingen van uitzichten en richtingen. Tegen het einde raakt de scheidsrechter zelf ook nog besmet en praat met de speler mee in zijn taal. Het spel is nog wel hervat, maar met zo’n gek in het veld kan er geen sprake meer zijn van serieus voetbal. Als de betreffende speler ook nog eens andere spelers gaat lastigvallen met vreemde vragen, dan krijgt hij al snel een elleboog in zijn gezicht.

De scheve zocht zijn directe tegenstander op
En zei: ‘Jij schenkt zeker thee in een jeugdhonk?’
De rechtsback bedacht zich geen tel
En haalde uit met zijn elleboog.
Ik legde de wedstrijd stil.

De scheve begon te tollen.

Maar zijn heldere stem was onaangetast.
‘Scheidster’, sprak hij, ‘ik heet
Zoals ik zou willen.’

Geen irrationele woorden, dacht ik,
En ik vroeg: ‘Welke kant speel je op?’
‘Die kant’, zei hij, wijzend,
‘De kant van de blauwgeverfde huizen
Waar Ceulemans en Blomdahl en Jaspers
Hun kunsten vertonen, en Zanetti en Sayginer,
Nelin, Sanchez, Merckx, Caudron, Stroobants…
De kant van de modder en de kwetterende vogels,
De kant van de stijfbevroren rivieren vol vis,
De kant van de benoembare grassen.’

Op het einde van het gedicht kan de scheidsrechter niet anders dan de speler te laten wisselen.
Het gedicht is zo beeldend geschreven dat je geen enkele moeite hebt om het tafereel voor je te zien, en erom te moeten lachen.

‘De geschiedenis van een opsomming’ is niet direct een gedichtenbundel voor beginners die moeilijk kunnen inschatten of een gedicht absurd bedoeld is of juist serieus. Aan de andere kant, misschien gaat vrijuit associëren wel makkelijker als je nog niet zoveel poëzie gelezen hebt. Een flinke hoeveelheid algemene kennis is in dat geval wel aanbevolen. Maar alleen al de verschillende lange, verhalende en humoristische gedichten maken deze rijke bundel de moeite van het kopen waard.

 

Roodkoper, december 2000