Anders komen de wolven
Florence Tonk

Nieuw Amsterdam Uitgevers

 

De titel van de debuutbundel van Florence Tonk is verontrustend en klinkt als een waarschuwing: ‘pas op, niet doen, want anders komen de wolven, en je weet wel wat die doen, die vreten je op’! De vormgeefster van het omslag, Liesbeth den Boer, heeft in mijn voorstelling de bundel gelezen en bemerkt dat de titel verontrustender is dan de inhoud. Een foto van een angstaanjagende wolvenbek met kwijlnatte vlijmscherpe tanden zou niet de lading dekken. In plaats daarvan heeft de vormgeefster gekozen voor een zachtere benadering, door een detail te nemen van een wolvenvacht en de nadruk te leggen op de aaibaarheid van een wolf.
Toch staan er wel een paar gedichten die een wijdopen wolvenbek zouden rechtvaardigen, en die gedichten spreken mij het meeste aan. ‘Gemeen gedicht’, bijvoorbeeld, of  ‘Alimentatie’. In het gedicht waarin de titel als regel voorkomt, wordt duidelijk wie er met de wolven worden bedoeld: een categorie mensen die je liever wilt mijden, aasgieren, hyena’s, dat soort types, mannen die het op je geld hebben voorzien! Het gedicht heet ‘Arm en rijk’, en daarin spreekt een vrouw een ander aan. De aangesprokene, een meisje dat ze kent van vroeger, had alles mee, positieve en zorgende ouders met voldoende geld die hun kind goed hebben voorbereid op een vlot bestaan, alles erop en eraan. Bij de sprekende vrouw waren de omstandigheden minder; dat zij fietstassen had, moet genoeg zeggen. Zij moest haar eigen leven vormgeven, zonder de hulp van anderen, maar daardoor is ze wel de krachtige vrouw geworden die ze nu is:

ik ben een vrouw zonder armen geweest
die zich koest houdt, anders komen de wolven
ik ben een vrouw
die haar boodschappen kan dragen

Ik heb deze bundel veel vaker gelezen dan ik anders doe, vooral omdat ik bleef twijfelen. En eerlijk gezegd doe ik dat nog steeds. Is het een goed debuut? Ja, hier en daar, soms veelbelovend, maar zo nu en dan overvalt me het gevoel dat Florence Tonk nog net iets langer tegengehouden had moeten worden, om haar te dwingen te rijpen. Ik snap tegelijkertijd heel goed dat een dichter de redacteur wel kan slaan als die met zo’n boodschap komt, maar ik geloof dat de redacteur de dichter daarmee ook een grote dienst kan bewijzen. Het debuut van Florence Tonk is nu niet dat overrompelende debuut dat het naar mijn idee had kunnen zijn. Maar ik kan het ook van de positieve kant bekijken: ik ben heel benieuwd hoe het verder gaat!
Naar welke kant zal zij zich ontwikkelen. Zo hoor ik in haar gedichten soms een stem die lijkt op die van Tjitske Jansen, waarbij het persoonlijke gevoel de muziek maakt, de ervaringen van een meisje, zoals in ‘Derdegraads’:

terug rijd ik langs die kroeg waar je weleens 
zegt te zijn en zoek naar die verdomde fiets
die is zoals jijzelf, mooi van onsamenhangendheid

natuurlijk kan ik je fiets niet vinden!
ik schiet te trots, te snel, te dronken langs
terwijl ik hoop dat jij thuis verloren ligt te ijlen
te lijden omdat ik niet bij je ben

Soms ook herken ik in de verte een eigenzinnig afstandelijke kijk, een zakelijk filosofische stem die me doet denken aan K. Michel: ‘Google heeft een venster voor vragen // geeft 168 resultaten op ‘leeuwenkooien’’, of zoals in het gedicht ‘Brandverf’, met de ondertitel ‘of hoe geen goede echtgenote te zijn’:

Emailleer je wit en glad
en rust daalt af tot in je schoenen

maak een pantser tegen onvoldoende
gedeeld door twee

erop gebrand
om de ondergrond te vormen
voor een leeg contact
tussen een persoon gesloten:

blanco cheque
om uit te geven aan verstoten

Het gaat in haar poëzie om de bijzondere formuleringen, waarbij ze herkenbaarheid zorgvuldig afwisselt met een beetje onnavolgzaamheid. Ze heeft daarbij een heel natuurlijk taalgebruik, met een natuurlijke cadans. Maar als ze daarbij een beetje gemeen doet, dan krijgt haar poëzie pit. Zoals in het ‘Gemeen gedicht’ dat ik hierboven al even aanhaalde:

Ze kijkt als ze danst of ze neukt
ze kijkt als ze danst zoals ze denkt
dat men kijkt als men neukt
of ze kijkt alsof er iets klem zit
en hier beduusd van is

misschien danst ze tango in een te rode jurk
gelakte pornoschoenen en een kwabje hier of daar
stappen iets te groot, net of niet op maat

ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar
iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn
wijn verzacht maar als ze lacht zie je dat
het allemaal zo ernstig is geworden
zelfs in de dans waarin zij wel theater ziet
maar niet kan spelen, ze doet het even verbeten
als het vegen van een vloer, stoephoer
denkt ze als een meisje glanzend langs glijdt
in de armen van een rimpelloze held
voor haar alleen bejaarde schuifelaars

maar met de ogen dicht en iemand
zonder oud geurende jas valt er nog wel wat
te dromen, kijkend of ze klaar gaat komen

 

Roodkoper, febrauri 2007 – 1/2