Ignace Schretlen
Een onvermoede bocht
gedichten en aforismen
Uitgeverij Veni, RosmalenHet was een jaar of vier geleden dat Ignace me opbelde met de vraag of ik ook in opdracht gedichten schreef bij kindertekeningen. Hij stuurde me direct drie tekeningen, gemaakt door zijn kinderen. Dat was de eerste keer dat ik zijn naam had gehoord. Een paar dagen later zat ik in een van de wachtkamers van het VU ziekenhuis te bladeren in een of ander tijdschrift. Het was een tijdschrift dat daar blijkbaar al geruime tijd op tafel had gelegen, want het dateerde, als ik het me goed herinner, uit 1989. Ik was pas gaan kijken naar de datum toen mijn oog was gevallen op een artikel over kindertekeningen, een artikel geschreven door Ignace Schretlen. Ik ervoer die toevalligheid als een teken dat de wegen van onze levens niet onopgemerkt mochten kruisen. Inmiddels is er tussen ons een voorzichtige vriendschap ontwikkeld.
Ignace is, net als ik, dichter en beeldend kunstenaar, maar zijn vroegste opmerkelijke publicatie kwam voort uit zijn eerste beroep: huisarts. Met ‘Anatomie van het gevoel (dagboek van een co-assistent)’, een verzameling dagboekfragmenten die eerder in 1977 en 1978 in wekelijkse afleveringen in Medisch Contact onder het pseudoniem van Alexander van Es waren verschenen, heeft hij in de medische wereld veel stof doen opwaaien. Hij gaf daarmee namelijk een kijkje achter de toenmalige schermen van een ziekenhuis. Dat beeld is niet altijd even mooi, maar was blijkbaar wel de realiteit. Of beter: een realiteit. Dat realiteit niet altijd dé realiteit is, blijkt namelijk uit de reacties die dat boek in de loop der jaren (herdruk na herdruk) heeft opgeroepen, die óf bijzonder positief waren óf juist bijzonder negatief, zelfs kwetsend. Regelmatig werd Ignace door collegae voor leugenaar uitgemaakt. Alleen al om de spanning tussen voor- en tegenstanders zou dit dagboek verplichte stof moeten zijn voor allen die een medische studie volgen, want het stemt de studenten tot nadenken over de manier waarop ze later het beroep gaan uitoefenen.Maar Ignace is dus niet alleen arts. Hij is vooral veelzijdig, getuige zijn publicaties over kindertekeningen en Franse chansons, kinderboeken, catalogi van schilderijen, etsen en tekeningen, waarbij poëzie altijd een belangrijke rol speelde. Nu dan een bundel met alleen poëzie. Of nee, eigenlijk niet, want de bundel eindigt met acht pagina’s aforismen, genoeg om een behoorlijk begin te maken van een scheurkalender. Goede vondsten vaak, zoals: Ook haasten gaat wat trager, wanneer men ouder wordt. Of: Veel mensen komen zelfs de afspraken die ze met zichzelf maken niet na. Teveel vondsten om hier te noemen.
Dat Ignace zich ook met beeldende kunst bezig houdt, is in deze bundel impliciet zichtbaar door verwijzingen naar andere door hem bewonderde kunstenaars, zoals Marc Petit, Armando, Alberto Carrera Blecua en Emil Schumacher, die tegelijk allemaal een zekere zwaarmoedigheid met hem gemeen hebben. Ignace maakt er namelijk in de omgang geen geheim van dat hij het leven niet makkelijk beleeft.
De bundel Een onvermoede bocht is daarentegen onverwacht licht van toon. Het titelgedicht is mooi, en juist vol vertrouwen in het leven.Slaap, mijn kind, word water
ik blijf hier bij je waken, kijk
naar de deining van het lakenrek je uit, breek open, word vloed
verslind wat je kunt verzwelgen
en laat geen haven ongemoeidmorgen vind ik jou weer terug
in je eigen bedding aangespoeld
als mijn allerliefste drenkelingzo begon het ooit, zo begint het
steeds opnieuw tot ergens onderweg
een onvermoede weg, waarna zee.De zee. Een onvermoed woord aan het eind van een liefdevol gedicht. Ik kan het niet anders lezen dan in de betekenis van dood. Geschreven door iemand die het leven ervaart als een lang proces van verdrinken. Maar tijdens dat verdrinken, getuige de gedichten, weet hij zich door vele dingen passioneel geïnspireerd, al verzuipt hij soms voortijdig in zijn eigen emotie, zoals wanneer hij in Parijs het blauw ontmoet van Zao Wou-ki, een Chinese schilder: … door al dat blauw van Zao Wou-ki / verpulverderde Parijs / en zelfs die goede dag // geen plaats, geen uur / bleef overeind, zo vol / adem was dat blauw // vol zijn, vol wording / vol van wat eens was / dat blauw dat verzoop in blauw // en ik een moment verdronk / in dat water, in die lucht / in dat blauw van Zao Wou-ki …
De dood is in de bundel alom aanwezig. Maar in mijn ogen nooit opdringerig, al vermoed ik dat sommigen bij het gedicht ‘Geveld’ liever niet willen stilstaan. Dat begint heel lieflijk: Jij zit lekker in je vel. Maar vrijwel meteen wordt die uitdrukking letterlijk uitgelegd; het gedicht eindigt met: gestroopt zijn wij / op zijn best rijp / voor de stoofpot // of de snijzaal / maar meestal / eindigt het als aas. Als je daarbij denkt aan de vele gruwelijkheden die her en der op de wereld plaatsvinden, dan weet je dat ook deze waarheid niet gelogen is.De dood is de realiteit. Of beter ‘een’ realiteit. Je kunt het leven zien als één groot gaan en afspreken met jezelf om alles los te laten, en het graf laten lonken, maar je kunt ook kijken naar de lente, de geboorte, al moet je je daarvoor misschien verplaatsen in je eigen kind en kijken door zijn ogen. Gelukkig doet Ignace dat in deze bundel ook:
Tegenover Grave
voor Cedric
Het land zwelt op
van genot
tot een heuvelen buik blozend
in de voorjaarszonwelke god
maakt mei
zwanger
van zoveel leven
in dit land?‘Een onvermoede bocht’ is een mooie bundel (overigens ook mooi vormgegeven door Steven van der Gaauw). Ignace schrijft verstaanbaar en dat is voor mij een verademing in deze tijd, waarin moeilijke en experimentele dichters de boventoon voeren. Hierbij moet gezegd worden dat de verstaanbaarheid van Ignace niet gelijk staat aan gemak. Nee, want makkelijk maakt Ignace het zich niet. Over elk woord heeft hij nagedacht en elke zin is gewogen, maar hij heeft zijn gedichten zó opgeschreven dat het lijkt alsof ze hem zijn komen aanwaaien.
‘Was het maar zo’, hoor ik hem denken. Of zoals hij het zegt in een gedicht:De troost van vanillevla
Voor Vivienne
Ontroostbaar omdat de ‘H’ in schoonschrift jou niet lukken wil
zoals mijn woorden zich niet altijd schikken laten in een gedichtde ‘H’ - zegt jouw juf - is een kleine ‘L’ na een grote ‘i’
zo simpel denken mensen ook over vanzelflopende poëziekun jij met zo’n slinger - ‘H’ mooie grote woorden schrijven;
kan ik met mooie grote woorden mensen troosten bij verdrietje huilt, ik twijfel… maar thuis wacht ons allebei vanillevla.
Roodkoper, 2007