Judith Herzberg
Weet je wat ik ook nooit weet

Uitgeverij De Harmonie

 

Ik heb, jaren geleden, samen met andere dichters ter gelegenheid van de opening van het Almeerse Beatrixpark een boom versierd met dichtregels; we noemden de boom een poëzieplukboom. We hadden regels die op zichzelf konden staan gekozen uit onze eigen gedichten, en deze regels geprint op doorzichtig plastic. De plastic stroken hebben we toen in die boom opgehangen. De mensen in het park werden uitgenodigd om de poëzie te plukken, alsof het rijp fruit was.
Weet je wat ik ook nooit weet, van Judith Herzberg, herinnert me aan dat project: een blikje, gevuld met poëtische regels, 31 stroken flarden poëzie. Hoe beschrijf je ravages? Meestal heb je aan een paar woorden genoeg, staat er op de achterkant van het blikje. Dan begrijp je het wel, of nooit. Het zware werk wordt in je hoofd voltooid. Of niet. En de teksten hebben geen bepaalde volgorde, voor gebruik dus al dan niet goed schudden. Hebben we hier te maken met een medicijn, of is dit een spel voor een of meer spelers?
Strookje nummer 1:

Dit zijn de resten van een huis
dat is vernietigd toen ze
daar

Dan denk je natuurlijk direct
aan een oorlog, de tweede
want toen
maar ook aan Israëlische bulldozers
want is Herzberg niet
Of is dat huis een metafoor
voor het blikje zelf, want dichters
denken vaak
Alle huizen waarin ik ooit
gewoond heb, staan er nog,
dus denk ik niet zo
Daarom 2 stroken verder:

Die ene boom is zoveel groter
doordat de wortels op die plek daar
juist

Denk ik aan het schuldig landschap
van Armando, dan moeten veel bomen
door hun zwijgen
Maar ik heb de oorlog niet
Ik denk liever aan aardstralen
zoals Stonehenge juist op die plek
of oude begraafplaatsen
dan toch weer de dood, altijd
weer de dood

Snel 8 stroken verder:

Wel willen hebben maar
er niet voor zorgen
dat

Dan denk ik aan zeurderige
oude mensen die zeggen
dat wij de oorlog niet
terwijl ze ergens misschien
wel gelijk hebben
want
als je ziet hoe kinderen
tegenwoordig alles in hun schoot
dan hou je je hart

Een blikje, zo groot als een pennenbakje, gevuld met witte stilte, met topjes van ijsbergen. Onder elke zin schuilt

 

Roodkoper, herfst 2004 - 3