Maarten Doorman
Kloppend heden

Uitgeverij Bert Bakker

 

Op de school waar ik werk hangt een briefje op de koffie-automaat, een ready-made. Het luidt als volgt:

Restant van kaarsen
stompjes of gebroken
maakt niet uit
inleveren graag
bij Joke
p.s. voor een clubje
die zelf kaarsen maakt

Het rijm, de onbeholpen taal en de taalfout maken deze zinnen tot een geweldig gedicht, in schoonheid te vergelijken met die van een goede kindertekening. Is het kunst? En zo ja, wie is de maker, Joke of degene die er een ready-made van maakt?
Maarten Doorman heeft in zijn laatste bundel, 'Kloppend heden', een gedicht opgenomen dat enigszins te vergelijken is met een ready-made. Het gedicht heet 'Briefje voor de werkster'. De kracht van het gedicht zit hem in de spanning tussen de compositie en het achteloos gekrabbel waaruit dit soort briefjes aan anderen doorgaans ontstaat. Doorman heeft het briefje niet gevonden, zoals ik het briefje van Joke vond, maar hij heeft het zelf geschre­ven. Misschien heeft hij het briefje inderdaad aan de werkster (Bep) geschre­ven zag hij er later een gedicht. Vooral de voor poëzie zeer ongebruikelijke afkorting z.o.z. suggereert 'echtheid'.

Bep,
te lang ik geef toe
heb ik de boel op de overloop
galaten, ik weet niet
hoe, Bep, ik je vragen moet
mijn kamer schoon te maken
zonder een boek aan te raken
is dat niet te doen, daar wringt
het hem.
Het is niet goed je achter boeken
te verschuilen. Mick Jagger vindt dat ook.
Als jij zuigt ga ik
de straat op, om te huilen inderdaad
het stof, Bep, ja natuurlijk de vloer
met sop, wij moeten eens praten denk jij
ook niet dat ik
het nu
redelijk op orde heb?

                              z.o.z.

De taal is door de onverwachte zinsafbrekingen misschien iets te ingewikkeld voor Bep (maar misschien ook wel niet). Mocht ik nog twijfels hebben over de afkomst van het briefje, de ommezijde, waarop het gedicht verder gaat, neemt ze bij de eerste zinnen al weg: het bestaat alleen als gedicht.

Dat jij, Bep,
jouw gezicht in mijn kussen
duwt bij het opmaken
van het bed
is tot daar aan toe
maar nu ik zo
aan het opruimen ben
met open de ramen
de kranen gepoetst
wil ik dat jij alles terugzet
waar het stond. Het is,
zo zegt Hamlet, as easy as lying

alsof het net begon

Doorman laat hier niet alleen de eenvoud van Bep contrasteren met een figuur als Hamlet die natuurlijk Engels spreekt, een taal waarvan het niet voor de hand ligt dat Bep die spreekt, laat staan dat ze het taalspel doorziet dat hier met de dubbele betekenis van 'lying' gespeeld wordt, maar hij laat ook een simpel briefje uitmonden in iets ingewik­kelds. Is schoonma­ken inderdaad een vorm van liegen? Ja, als alles er weer als nieuw uitziet, als alles weer staat op de plek waar het stond, dan heb je op een makkelijke manier de tijd teruggehaald.
Bep doet goed werk, maar laat haar toch alsjeblieft van zijn spullen afblijven.

'Kloppend heden' is een erg afwisselende bundel: je bent getuige van een keizersnede - het openingsgedicht, waarin een erg mooi beeld staat: De snede rijmt dwars op de schede/ ze vormen een heidens kruis -, je komt een paar sterke gedichten bij foto's tegen, er staan enkele gedichten in die gebaseerd zijn op jeugdherinne­ringen, vervolgens een serie erotische gedichten, een paar persiflages... Tegenstanders van zo'n opzet zullen zeggen dat het een allegaartje is en dat Doorman geen eigen gezicht heeft. Voorstanders zullen zeggen dat het een heerlijke bundel is die zwaarte met luchtigheid afwisselt en dat die veelzijdigheid nu juist Doormans eigen gezicht is.
Ik neig ertoe het laatste te vinden, al vind ik niet alle gedichten even sterk. Ook maakt Doorman af en toe storende woordgrapjes, zoals 'van top tot been' en 'woord en brand'. 'De eeuwige meeuw,' waarin natuurlijk de eeuwige sneeuw doorklinkt, is misschien iets beter gevonden omdat in de zin waarin hij het gebruikt sprake is van sneeuw: het dooit.
De meeste gedichten zijn niet zo moeilijk, maar toch moet ik bij een enkel gedicht eerlijk bekennen dat ik het niet snap, zoals het gedicht 'Ontvangst', waarbij het volgens mij niet de bedoeling is om ongesnapt te zijn. Gaat het in dit gedicht om de spanning tussen een soort Middeleeuwse minne­taal en een modern apparaat zoals de fax?
O fax van mijn hart/ wat zijn je ramen zwart/ je fluistert naar me straks/ gaan vast de lichten aan//
O fax van mijn hart/ de namen zoemen oud/ het is met ons gedaan/ ik houd van jou driekwart
Maar daar staat dan weer het erg sterke gedicht 'Yucca of een andere plant' tegenover. Iets moois in simpele taal getroffen, waarover de dichter zou kunnen zeggen: "Het was gewoon zo, ik heb het alleen maar opgeschreven". Dat is poëzie waar ik van hou.

Eens was kennis poëzie, mijn Gouden Horizon
encyclopedie
in het lemma aanpassing zei: niemand
zal het in zijn hoofd halen
midden in een bos op jacht te gaan
naar een haai.

Maar iemand dacht ik
heeft het gedaan. Iemand met zacht
lawaai in zichzelf. Iemand die
het artikel aanpassing besloot
met een zin nee met hoop
want

de yuccaboom kan zelfs leven
op plaatsen waar een andere plant
onmiddellijk zou verdorren en sterven.

Zo stond het geschreven in mijn encyclopedie
eerste band, mijn eerste bundel poëzie.

 

Roodkoper, november 2000