Alsof er iets gebeurt
Mark Boog

Uitgeverij Meulenhoff

 

De titel van Mark Boogs  debuutbundel ‘Alsof er iets gebeurt’ suggereert dat er in zijn gedichten zonder dat er iets gebeurt lijkt te gebeuren.

‘Er staat iets te gebeuren.
Misschien gewoon het vallen van de avond.’,

zegt Boog in een gedicht halverwege de bundel. En als ik dan deze bundel met 54 gedichten zou vergelijken met een dag, dan is het vallen van de avond inderdaad een opvallende gebeurtenis: de gedichten worden niet steeds donkerder, zoals je bij het verstrijken van een dag zou verwachten, maar juist lichter en toegankelijker. Dat heeft te maken met een ‘jij’, een geliefde, die in de latere gedichten duidelijk aanwezig is.

Sleutels. Met een grimas kom je binnen.
Moe van buiten ben je nog. Het ritueel gekibbel,
het verstoorde opkijken is snel achter de rug.
Dan zitten we en zwijgen.

Maar uiteindelijk blijven de gedichten zwaar en beklemmend. De komst van de geliefde heeft niet het bevrijdende effect dat je zou verwachten, zou hopen.

Al kónden wij veranderen, wij zouden er te lusteloos voor zijn.

Wel is het zo dat de toon van de gedichten minder zwaar lijkt, als je ze langer leest. De eerste keer dat ik deze bundel inkeek, her en der een gedicht lezend, vond ik de taal deprimerend. Vooral de ongebruikelijke woordvolgorde en het overmatig gebruik van het tegenwoordig deelwoord (rondstrooiende hun fluimen de populieren staan.) vond ik vervelend, maniëristisch. Maar het wende.

Arie van den Berg vroeg zich bij het recenseren van deze bundel in de NRC af wat Boog zijn dagelijkse bezigheden zijn. Die vraag kwam ook bij mij op. Hij schrijft zoveel over het huis waarin hij existeert dat het lijkt alsof hij het nooit verlaat. Zijn geliefde gaat regelmatig weg (naar haar werk?), maar ook dan blijft hij achter. Is Mark Boog een student? Een werkloze? Ik  roep hem toe: ‘ga naar buiten, man’. Maar dan haalt hij het buiten gewoon naar binnen en beschrijft hij zijn huis als een ruimte die zich geeuwend uitrekt tussen de muren, en laat hij de meters tussen de kapstok, de trap en enkele deuren een landweg zijn.

                                         …. Als je brood
haalt en weer terugkomt zul je zien dat we
een picknick kunnen houden. Snel, ga nu!
Het krimpen kan onmogelijk ver weg zijn.

Een gedachtespel. Denk dat je huis een landweg is, en het is een landweg. Maar de illusie verdwijnt op het moment dat je geloof erin afneemt. Dat is mooi gedacht. Maar waarom niet zelf dat brood gehaald.
Maar of hij nou naar buiten gaat of niet, het maakt niet uit. Je kunt binnen op de bank hangen en nadenken over de zinloosheid van het bestaan, wetend dat er niets is dat we niet al eerder zagen, of je doet het buiten liggend in het gras. Moe word je toch.

Als je de film Oblomov een mooie film vond, dan zul je de poëzie in ‘Alsof er iets gebeurt’ zeker ook waarderen.

Niet gestoord willende worden

 

Niet gestoord willende worden,
slechts gestoord door het niet gestoord willen worden,
zachtjes zingend om het ruisen van de stilte niet te horen,
de ogen neergeslagen om het licht niet te zien spelen,
handenwrijvend zit ik, in zalig niets,
en wacht ik op wat komen zal –
want nu kan het. Als het ooit kan, kan het nu.

Zijdelings slechts raken de vogels aan de stilte,
als regen van regenkleding valt de wind van mij af,
warm is het nauwelijks.
Ongelooflijk langzaam
naderen honger, dorst en vermoeidheid.

Helemaal niets is hier! Niets!
Slechts te wachten hoef ik, op onvermijdelijk geluk.

 

Roodkoper, maart 2001 – 1