Martin Reints
Ballade van de winstwaarschuwing

Uitgeverij De Bezig Bij

Winstwaarschuwing! Dat is een woord dat thuishoort in de wereld van het geld, het grote geld. Zo’n waarschuwing wordt bijvoorbeeld door een groot bedrijf gegeven bij het bekend maken van tegenvallende kwartaalcijfers en is vooral bedoeld voor de aandeelhouders en betekent: pas op, de winst is lager dan verwacht.
Winst en poëzie, twee begrippen die niet bij elkaar passen. Neem bijvoorbeeld  Roodkoper: een oase van poëzie, cultuur, politieke religie en…… verlies.
Ik hang graag de stelling aan dat geestelijk gewin niet samen kan gaan met materieel gewin, sterker nog, ik geloof dat ze puntsymmetrisch elkaars tegengestelden zijn – is de ene hoog, dan is de andere evenredig laag. Met andere woorden, hoe groter het verlies is dat Roodkoper maakt, hoe meer er geestelijk gewonnen wordt.
Maar ik dwaal af, ik moet het hebben over de vierde dichtbundel van Martin Reints, de dichter de graag droog en zakelijk filosofisch betoog houdt en graag woorden en begrippen gebruikt die je niet direct in poëzie zou verwachten, zoals jaarcijfers, faxapparaat, multiculturele samenleving, consumentenvertrouwen en daarmee werelden met elkaar verbindt, zoals met deze bundel de wereld van de economie met de wereld van het woord. Of het ook zijn bedoeling is om de mannen in pak rijdend in lease-auto´s te introduceren in de wereld van de poëzie, dat betwijfel ik, al zullen die mensen misschien wel getriggerd worden door de foto achterop de bundel van Martin Reints poserend in pak voor een modern kantoorgebouw: hij zou zomaar een commissaris kunnen zijn bij bijvoorbeeld Unilever.
In “Tussen de gebeurtenissen”, uitgegeven in 2000, verbindt Martin Reints ook werelden met elkaar, maar dan vooral met tijd als verbindend element. Misschien ligt het accent bij deze ballade op plaats. Zo beschrijft hij in het lange titelgedicht – in 2 varianten – de gebeurtenis van het bekendmaken van de jaarcijfers. Hij beschrijft wat de verschillende mensen ervaren, denken en hoe ze wegdromen:


als er drie heren het geïmproviseerde podium opstappen
en plaatsnemen achter twee aan elkaar geschoven tafels

waar een kleed overheen ligt om hun benen aan het zicht te onttrekken
en een tikt op zijn microfoon en

begint een praatje over het consumentenvertrouwen
terwijl een ander in zijn papieren zit te balderen en
zich voorbereidt op de presentatie van een winstwaarschuwing

en zij tweeën en ook de derde
die de rest van de top van het bedrijf vertegenwoordigt
en ook de journalisten in de zaal
beschikken ieder over een eigen fles water

zal ik een cello kopen
of een motor met zijspan?

begint een van de topmensen zich af te vragen
en zet zijn fles water aan de mond

Martin Reints heeft een eigen stem, een eigen stijl. Het is stil in zijn gedichten en het gaat er langzaam aan toe. Als er wordt gesproken, dan gaat het niet om wat de spreker zegt, maar vooral om wat hij denkt voordat hij begint te spreken en hoe hij beweegt en hoe de planken kraken terwijl hij wegloopt. En typerend voor zijn poëzie is het veelvuldig gebruikte ingrediënt van het onpoëtische woord. De gedichten in deze bundel zijn goed, het zijn gedichten die uitnodigen tot herlezen en stemmen tot nadenken. Naar mijn mening behoort Martin Reints tot de belangrijkste Nederlandse dichters van dit moment, maar….
toch mis ik iets. Ik mis een vreemde bundel in de reeks, of een gedicht dat volledig uit de toon valt, een onpoëtisch gedicht of juist een erg poëtisch gedicht, een smartlap of een sonnet of iets dat je totaal niet verwacht. Martin Reints weet nu te goed hoe hij het moet doen, waardoor zijn poëzie, voor wie die kent, aan spanning verliest. Ik heb zijn manier van schrijven leren kennen, waardoor het onverwachte niet meer onverwacht is. Ik mis een fremdkörper binnen het geheel. Ik kijk nu al uit naar zijn volgende bundel!

 

Roodkoper, mei 2006 – 1/2