Ramsey Nasr
Onhandig bloesemend
Uitgeverij: De Bezige Bij
Toen Mark, mijn zoon, een jaar of 5 was, liet ik hem vaak luisteren naar de Peer Gyntsuite van Grieg. Om de sprookjesachtige muziek voor hem zichtbaar te maken, vertelde ik verhalen bij die muziek: op bepaalde langzame stukken stapte ik bijvoorbeeld als een tovenaar door de kamer en stapte Mark als een kleine grote tovenaar achter me aan. Bij die ene paukenslag – we wisten precies wanneer die kwam – stonden we plotseling stil en lieten de boze heks verschijnen. Verderop in de muziek kwamen er ridders op paarden en statige koningen en Mark vond het prachtig.
Ik moest hieraan denken bij het lezen van de tweede dichtbundel ‘Onhandig bloesemend’ van Ramsey Nasr. In het tweede deel van de bundel, die bestaat uit drie delen, laat hij zich inspireren door de woorden van Heinrich Heine, op muziek gezet door Robert Schumann en gezongen door Fritz Wunderlich (die als Frederik Wonderlik een hoofdrol speelt in de cyclus – een betere naam voor een minnaar is nauwelijks denkbaar!). Dat levert 16 breedsprakige gedichten op, waarbij Nasr er vrijelijk op los schrijft, ongebonden associërend op de Duitse woorden die hij hoort. Hij begint ieder gedicht steeds met een (soms zeer) vrije vertaling, zoals ‘Aus meinen Tränen spriessen’, dat bij Nasr ‘onhandig als bloesems telkens uit ogen spriesen’ wordt, of ‘Wenn ich in deine Augen seh’ ‘nu ik je dan volkomen zie’. De cyclus van Nasr handelt over de liefde, en met name over de spanning tussen de oude romantische, zeg maar Duitse benadering van de liefde en de kille, Nederlandse, zakelijke wijze waarop wij tegenwoordig over de liefde spreken.
En Ramsey Nasr zelf zit ertussen – zoals hij wel vaker ergens tussen zit (half Palestijn, half Nederlander, half acteur, half dichter).
Im wunderschönen Monat Mai
Im wunderschönen Monat Mai
Als alle Knospen sprangen
Da ist meinem Herzen
Die Liebe aufgegangenm wunderschönen Monat Mai
Als alle Vögel sangen
Da hab’ich ihr gestanden
Mein Sehnen und VerlangenZo begint Heinrich Heine zijn cyclus Dichterliebe.
Nasr schrijft:
wonderbaarlijke maand
dat was in de wonderbaarlijke maand
van bloesemingen en overvloed
toen mijn borstkas opstoof als papaver
ribben in sierpennen uitwaaierden
mei mijn magere taal openbrak
vergelijkingen vrat als vuur waterik schaamde mij diep naar poldergewoonte
in loden jas tussen druppel en wind
ongevoelig bij takken struikgewas doornen
had ik licht opgevat
ik wreef haar in
en doorzichtig vernederend fonkelniezen
kwam over mij o wonder daar ging ik
men zou van minder uit schamen gaan
maar dit was mijn ziekte baarlijke liefdeLiefde kan de taal openbreken, maakt mensen lyrisch. Of is verliefdheid een ziekte? Een aan hooikoorts verwante aandoening die mensen licht maakt en laat fonkelniezen? Nee, die verliefdheid wordt niet gewaardeerd in ons Calvinistisch Nederland.
Nasr schrijft makkelijk en zijn woorden nodigen uit tot voordracht. En als je eenmaal weet dat hij met één been in de toneelwereld staat, lees je zijn woorden ook bijna als toneelteksten.
Het derde deel van de bundel bijvoorbeeld is een monoloogachtig gedicht vol wendingen dat je in je hoofd voorgedragen hoort door iemand als Henk van Ulsen. Aan het woord is Dimitri Sjostakovitsj, de Russische componist (1906 – 1975) die, hakkelend en bijna verward, terugkijkt op zijn leven. Sjostakovitsj bleef in het Rusland van Stalin en conformeerde zich dus in feite aan het regime – ter vergelijking: Stravinsky vluchtte naar Amerika – terwijl hij tegelijkertijd krachtig muzikaal verzet bood. Dat maakt hem tot een tussenfiguur, zoals Nasr dat zelf ook is. Nasr leeft zich makkelijk in en dat maakt dit bladzijdenlange gedicht meeslepend.
Het heet Wintersonate, en werd geschreven op basis van Sjostakovitsj’altvioolsonate op. 147. Het adagio, het derde deel, begint zo:ik ben het volkomen eens met de uitspraak van de pravda
ik ben een wormHiermee zet Nasr de toon: hij maakt Sjostakovitsj een verslagen man die zichzelf een lafaard vindt, niet de moeite waard. Hij vertelt over anderen, over kennissen, componisten. Hij spreekt van de hak op de tak, maar het is nergens vervelend. En was de taal van Nasr eerst bloeiend en opengebroken, Sjostakovitsj maakt zijn woorden kaal, nee, tot op het bot kwetsbaar. Erg goed.
…
rajch was een energieke vrouw een soort onderofficiersweduwe
rajch kon uitstekend afdingen
marcheerde op muziek van chopin
rajch zong de romance van glinka onder vloeiende bewegingen van haar
weelderige schouders en onder veelbetekende blikkenze staken rajch neer
17 messteken uitgestoken ogen
rajch heeft een hele tijd geschreeuwd
niemand van de buren kwam te hulp er kon van alles aan de hand zijn‘en in dit huis werd zijn vrouw op beestachtige wijze vermoord’
de naam m. werd niet meer genoemd
en toen verdween de manvergeten
soms wilde ik dat ik als een lelie
op de brede tafel van stalin kon staan
me optrekkend vanuit de vaas
hem monsterend op afstand
mijn kleine tuinman in de stoel
mijn slechtgeslapen bloemloze plant
hem te beschouwen
en compleet te negerenwe hebben zjilajev vergeten
of nikolaj vygodski talentvol organist
psjibysjevski directeur van het moskous conservatorium die is ook vergeten
hij was de zoon van de bekende schrijver psjibysjevskien dima gatsjev is vergeten
het ongeluk wilde dat gatsjev frans kende
gatsjev kreeg vijf jaar
hij was een sterke man
een paar dagen voor het einde kreeg gatsjev te horen dat hij tien jaar erbij kreeg
dat brak hem
…
Roodkoper, zomer 2004 - 2