Salman Rushdie
Shalimar de clown

Uitgeverij Contact

 

Ik ben eerlijk gezegd eigenlijk nooit zo geïnteresseerd geweest in politiek. Ik was en ben religieus (en daarmee vanzelf links; rechts en religieus kunnen in mijn ogen niet samengaan) en daarnaast vooral gericht op cultuur. Verder hield ik mijn leven graag simpel. Ik was altijd een kunstenaar die de deur van zijn atelier dichthield en zich afsloot van de wereld en leefde in de naïeve veronderstelling dat mijn eigen ontwikkeling losstond van de wereldontwikkeling. Ik wilde gebruiken van de wereld wat ik belangrijk vond: kunst – nog altijd lees ik Roodkoper van achter naar voren.
Maar de wereld heeft mijn atelierdeur opengebroken en de wereldgeschiedenis haalt mij en iedereen in en dwingt ons tot stellingname: over tal van onderwerpen zijn we gedwongen om ons een eigen oordeel te vormen. Waar we echt niet meer om heen kunnen is de Islam.
Van Rushdie had ik nooit eerder iets gelezen. Teveel politiek, zo was mijn vooroordeel. Zijn Duivelsverzen, zijn boekenweekgeschenk en al zijn andere werken heb ik niet gelezen.
Maar nu is het anders geworden. Misschien is onze tijd vergelijkbaar met tijden van bezetting, wanneer je gedwongen wordt te kiezen, voor of tegen.
Vandaag hebben we te maken met de Islam. Door de mondialisering worden steeds meer culturen met elkaar geconfronteerd. Misschien dat sommigen onder ons zich aangevallen voelen, alsof ze bezet worden, tegelijk denk ik dat het andersom ook zo is.
We worden niet gedwongen te kiezen, maar er helemaal geen mening over hebben kan niet meer. Daarom voel ik me verplicht me op de hoogte te stellen van de geschiedenis van Islamitische landen en de waarden die daar heersen. Zo ben ik de Koran gaan lezen en een kunstproject begonnen waarbij ik Islamitische en Christelijke kunstenaars uit heb genodigd dat ook te doen en zich erdoor te laten inspireren, en zo las ik voor het eerst een boek van Salmen Rusdie: Shalimar de clown.

Het is niet zo makkelijk om te zeggen waar dit boek over gaat zonder de inhoud tekort te doen. Het gaat over liefde, en liefde getransformeerd in haat, over eerwraak, over de botsing van culturen en geloven, Moslims versus Hindoes, maar ook over de botsing tussen het Oosten en het Westen, en daaromheen is het een geschiedenisboek, geschreven door een bijzonder goede verteller, in een stijl die me aan Zuid-Amerikaanse schrijvers als Allende en Márquez doet denken. Een rijk boek, een betere introductie tot de andere wereld is nauwelijks denkbaar.
De titel vind ik ongelukkig gekozen – en dat is tegelijk mijn enige kritiek – omdat die op twee punten misleidend is. Op de eerste plaats vind ik het woord clown vervelend, teveel Pipo, teveel Bassie, terwijl de clown in dit boek een koorddanser is, en helemaal niet het irritante figuur is dat ik me bij een clown voorstel. Deze clown is een Pachigami-artiest bij een traditioneel  bhand pather volkstheater in Kasjmir, die zo getalenteerd is in het bewaren van zijn evenwicht op het slappe koord dat hij daarop onmogelijke capriolen kan uithalen en kan doen alsof hij valt, maar toch uiteindelijk altijd zijn evenwicht bewaart en op die manier het publiek van opluchting laat lachen. Rushdie heeft ongetwijfeld die figuur gekozen om het onschuldige en kolderieke dat dat beroep uitstraalt om de tegenstelling in zijn leven te benadrukken: de clown wordt tot op het bot door haat vervuld, op het moment dat zijn vrouw ontsnapt aan het traditionele dorpse  leven door zichzelf als maîtresse te verkopen aan een Amerikaanse ambassadeur. De clown die zichzelf gezworen heeft om haar, de ambassadeur en eventueel alle kinderen die uit die verhouding zouden voortkomen, te vermoorden, komt in aanraking met een moslimfundamentalistische groepering, waar hij uitgroeit tot een ongekende moordmachine.
Op de tweede plaats doet de titel geen recht aan de grootsheid van de inhoud. Het gaat over de moordenaar én de vermoorden, hun persoonlijke verhalen die opgaan in de geschiedenis van de vorige eeuw.
Een van de vier hoofdpersonen, naast heel veel mooi beschreven bijfiguren, is Max Ophuls: ambassadeur, Jood, vervalser, verzetsstrijder, vredesonderhandelaar, én een vrouwenversierder die op een gegeven moment valt voor de charmes van een jonge, beeldschone danseres, waarmee in feite het plot van het verhaal ontstaat.
Boonyi,de danseres, is de tweede hoofdpersoon. Rushdie beschrijft haar leven in Kasjmir als jong meisje, haar leven als maîtresse waarin ze langzaam, door welvaart en eenzaamheid in een monsterlijk dik mens verandert en ten slotte haar leven als verstoten en doodverklaarde spijtoptant. Hun dochter, door haar moeder Kashmira genoemd, maar als India door het leven gaand, is de derde hoofdpersoon. De vierde is Shalimar, de clown, de terrorist.

Net als de schrijver zelf, die in het Westen woont maar ongetwijfeld verbonden blijft met het Oosten, zo heeft dit boek ook twee gezichten. Er is het verhaal dat zich afspeelt in het Westen van Europa en Amerika en het Oostelijke verhaal dat zich vooral afspeelt in Kasjmir, dat geslachtofferd wordt in de oorlog tussen India en Pakistan. Door de voor mij vreemde namen van mensen, dorpen en begrippen in dat Oostelijke verhaal, kostte het me in het begin extra inspanning om het verhaal te volgen, maar toen de levens van de personen me eenmaal te pakken hadden genomen, bleken de verschillende werelden zich steeds meer met elkaar te vervlechten en een te worden. Zal dat symbool zijn voor de werkelijke toekomst? Laten we dan hopen dat die ontwikkeling beter gaat dan de ontwikkeling in dit boek: naarmate het vordert hoe grimmiger de wereld wordt; van het eens zo paradijselijke Kasjmir blijft niets anders moois over dan de herinnering eraan.

 

Roodkoper, oktober 2005 - 4