De vuurvogel

 

Nadat de vloer op vier hoeken was aangestoken, trok het veel sneller dan ik had gedacht naar het midden toe. En ook het geluid, een enorme zucht, was onverwacht beangstigend.
Toen de brandlijnen bij elkaar kwamen, schoot het vuur als een reusachtige vogel omhoog.

Ik was op het idee gekomen in de trein, door twee lucifertjes die op het raamtafeltje lagen. Het krijgen van ideeën is een vreemd fenomeen. Ik had natuurlijk al vele malen eerder lucifers gezien en ook de link tussen lucifers en hel had ik al eerder gelegd, maar nooit eerder had ik het idee gehad om met lucifers een kunstwerk te maken.
Ik ben eigenlijk schilder. Werken met lucifertjes zou ik eerder toegedacht hebben aan knutselaars en hobbyisten: een man die zijn avonduren op zolder doorbrengt met het op schaal namaken van molens en kathedralen. Misschien dat ik toen in de trein een bepaald niveau van ontwikkeling had bereikt, waardoor ik boven mijn eigen vooroordeel kon uitkijken. Ik zag grote doeken van luciferduivels, grote figuren met zwavelkopjes. Ik noemde die werken schilderijen ook al had ik er geen druppel verf voor gebruikt.
Ik heb ze niet gemaakt. Ze zouden vanwege het brandgevaar onverkoopbaar zijn. Maar het idee was niet gestorven. Door een samenloop van omstandigheden werd ik gevraagd om voor de oude Verkadefabriek een vloervullend werk te maken. Dat het iets met lucifers zou worden, was voor mij vanaf het eerste moment duidelijk, al was het wel even schrikken toen ik het reusachtige oppervlak zag dat ik moest vullen. Met name de hoogte maakte de ruimte immens. Maar het is gek hoe een ruimte, hoe groot ook, kleiner wordt naarmate je er meer vertrouwd mee raakt. Ik ben er een paar maanden in bezig geweest en op het laatst zelfs, omdat het toch nog meer werk was dan ik had verwacht, met anderen.
Ik herinner me goed de dag dat uit Zweden het bericht kwam dat ik onbeperkt gebruik kon maken van de ‘säkerhets tändstickor’, de zwaluw lucifers. Met trillende handen had ik de envelop opengescheurd.
De eerste tijd ging voorbij met het schrijven van brieven en persberichten, totdat de eerste lading lucifers kwam. Kisten vol. Op een donderdagmiddag ben ik begonnen, gewoon in een hoek. Ik had een malletje waarmee ik vierkantjes kon maken van rechtopstaande lucifers. Ik plakte ze aan elkaar met tape. Vierkantje voor vierkantje legde ik een vloer van lucifers.
Ik zal u niet lastigvallen met de spier- en rugpijn die ik kreeg van de dwangstand waarin ik zat, maar u zeggen dat het fantastisch was om die vloer te zien groeien. Ik kan nauwelijks verwoorden welk een gelukzalig gevoel ik kreeg als ik ’s ochtends de hal binnenkwam en de zon zag schijnen op die warmrode zwavel. Het is misschien te vergelijken  met het gevoel dat die jongens en meisjes moeten hebben bij zo’n domino-evenement.
Na drie maanden en drie dagen was het klaar, 2 uur voordat het geopend zou worden. Uiteraard was roken verboden. De mensen mochten er alleen zonder schoenen op lopen. Drankjes konden gedronken worden in de voormalige kantine. Het was druk. Ook in de weken erna bleef het druk, vooral als gevolg van het artikel dat in de Telegraaf was verschenen.
Het project zou met vuur eindigen, het zou letterlijk in vlammen opgaan. Het mocht van de brandweer niet met publiek omdat het te gevaarlijk zou zijn, en achteraf ben ik ze daar dankbaar voor want ik heb de vuurzee onderschat.
Ik had lontjes gemaakt, voor onze eigen veiligheid. We waren met zijn vieren. We stonden ieder in een hoek. Ik had op verschillende plaatsen videocamera’s neergezet om alles te documenteren. Eentje stond gericht op het dak zodat ook de rook gefilmd zou worden die zou blijven hangen. Op die film is goed te zien hoe een duif door een kapot raam naar binnen komt.
We durfden de lonten niet meer uit te maken, we riepen naar elkaar dat het elk moment kon beginnen, maar het duurde toch nog langer dan we dachten. We schreeuwden naar de duif om hem weg te jagen, maar het stomme beest  kwam juist naar beneden. Van verschillende kanten is opgenomen hoe hij in het midden van de hal wat rondloopt en om zich heen kijkt. Hij schrikt van de eerste kleine vlammen. Hij vliegt op en probeert weg te komen uit de hel, maar valt ten prooi aan de vlammen van een onaardse roofvogel.