Glas                                                               

 

Schoonheid kan niet zonder gevaar, was een van zijn meest geliefde opmerkingen geweest. Vooral bij interviews, en dan legde hij ook altijd meteen zijn naam uit: Deen, van Danger. Hij had keer op keer verklaard dat de kans natuurlijk bestond dat het ook mis kon gaan, zonder daar echter werkelijk in te geloven. Zijn ouders hadden hem bij zijn geboorte Danny genoemd. Zijn bijnaam had hij al vroeg gekregen omdat hij als kind het liefst gevaarlijke spelletjes speelde, én omdat hij graag keek naar het programma op televisie met de veelzeggende naam “Danger”. Al vroeg werd hij zo genoemd. Het was dan ook vanzelfsprekend geweest dat het ook zijn kunstenaarsnaam werd.
Hij werkte veel met glas, omdat hij dat materiaal zo verraderlijk veilig vond. En de schoonheid ervan stond voor hem altijd buiten kijf. Vooral als hij zich gesneden had en zijn  bloedvingerafdrukken zich zo schitterend aftekenden op de spiegeling, dan vloekte hij hardop, maar tegelijkertijd vond hij het effect prachtig.
Hij werkte het liefst met gewoon glas, 3 millimeter dik, doorgaans bestemd voor ramen. Maar hij gebruikte het natuurlijk op een ongewone manier. Zo had hij een keer in Boymans een tentoonstelling mogen maken van gebroken glas: in een paar grote zalen had hij een doolhof gemaakt van smalle paadjes door velden van vlijmscherpe stukjes glas en splinters. Elke misstap van een bezoeker veroorzaakte in de museumstilte een knarsend geluid dat door merg en been ging, en leverde hem, want het bleken vooral de mannen te zijn die onhandig waren, bovendien een boze blik op van de suppoost. Er waren maar weinig bezoekers die de opdracht aan het begin van het doolhof hadden aangedurfd: “helden op sokken”.
Hij had ook een keer in een trendy galerie vanaf een hoogte van 5 meter een glazen plaat plat op zich laten neervallen, terwijl hij op de grond lag met zijn gezicht naar de vloer. Alle aanwezigen kregen veiligheidsbrillen. Het geschreeuw van Deen, die een goed gevoel voor timing had, vlak voor het moment dat het gevaarte om hem terecht kwam, veroorzaakte een golf van ontzetting bij het aanwezige publiek. Van te voren had iedereen hem voor gek verklaard, maar hij bleek niet meer dan een paar sneeën te zijn opgelopen. Op de vraag of dit nou kunst was, kwam hij met een onnavolgbaar antwoord en uiteraard wees hij op de schoonheid van het gevaar. Het leverde hem een interview op in een glossy Amerikaans tijdschrift.
Het idee van de ‘bleedings’ had hij gekregen door de ‘pissings’ van Andy Warhol, die hij jaren geleden in Kassel had gezien: grote stalen platen met door zuur weggevreten plekken die tot stand waren gekomen doordat hij, Andy Warhol, erop gepiest had. En hoe dat gaat met ideeën: die liggen in het donker als zaadjes te wachten tot het rijpe moment van ontkieming. In dit geval was de aanleiding een artikel in de krant over een glazenwasser die raadselachtige bloedsporen had gevonden op een wolkenkrabberruit. 
Deen had bij zijn glasman zes grote glasplaten besteld, van twee bij twee, 4 millimeter dik. Hij had de hele vloer van zijn atelier moeten opruimen en schoonvegen om er genoeg ruimte voor te maken. De glasman was, ook al kwam hij daar niet voor het eerst, toch enigszins verbaasd geweest toen hij te horen kreeg dat hij de platen op de vloer moest neerleggen.
Toen die platen daar zo lagen, heeft Deen de verleiding niet kunnen weerstaan. Hij had moeten wachten tot Aad er was, de jongen die hij altijd in dienst nam als hij grote klussen had. Ze hadden afgesproken om 2 uur en Aad kwam altijd ruim op tijd, maar die dag niet omdat hij zijn sleutels vergeten was en daarom weer even naar huis was teruggegaan. Deen was alvast begonnen met de voorbereidingen. Hij had de videocamera’s opgesteld , en ook alvast aangezet, zodat alles zou worden vastgelegd. Daarmee zou hij kunnen bewijzen dat het echt zijn bloed was en geen goedkoop kippenbloed. Bovendien zouden die video’s goed verkopen.
Hij had zijn schoenen en sokken uitgetrokken en was al verschillende keren ongeduldig over de glasplaten gelopen, steeds kijkend naar de klok en verwachtend dat Aad elk moment kon binnenkomen. Aad die zoals afgesproken na 5 minuten zijn armen af zou binden en hem naar het ziekenhuis zou rijden. Deen had ergens een keer opgevangen dat een volwassen man met gemak 2 liter bloed kon verliezen, voordat hij in levensgevaar verkeert. En ook dat de snelheid van het bloed waarmee het door de polsslagaders stroomt, niet zo groot is en dat het ruim een half uur duurt voordat een polszelfmoord geslaagd kan worden genoemd.
Het moet een mengeling geweest zijn van zijn onhebbelijke ongeduld en het besef van de kostbare videominuten die nu verloren gingen dat hij het stanleymes pakte en zijn polsen doorsneed.

Het vertrokken gezicht was niet gespeeld, want het deed meer pijn dan hij had gedacht. En ook het lullige gutsen van zijn bloed beantwoordde niet aan zijn verwachting, maar het effect op het glas vond hij geweldig. Hij liep met blote voeten door zijn bloed op het glas om zoveel mogelijk afdrukken te maken en dacht daarbij niet aan compositie en ritme, of andere stijlelementen, maar praatte hard in de richting van de videorecorders. Hij zei dat dit werk in het Stedelijk zou komen, en in de Tate; dat dit werk het beste was dat hij ooit gemaakt had; dat dit werk hem onsterfelijk zou maken; dat hij groter was dan Warhol, groter dan Pollock, groter dan Nietsche die voor zijn happenings met blote meiden het armzalige bloed gebruikte van koeien; dat niet het namaakgevaar schoonheid oplevert, maar alleen het zuivere gevaar.

Aad vond Deen liggend op een van de platen, temidden van een plas bloed. Aad had razendsnel zijn armen afgebonden en een ambulance gebeld.
Er was nog vergeefs gereanimeerd. De politie was ook gealarmeerd, zoals altijd in bijzondere gevallen.
Binnen korte tijd was het atelier vol met agenten en mannen in pakken. Het woord ‘bloedbad’ viel regelmatig. Van alle kanten werden foto’s genomen; Aad werd door verschillende mannen ondervraagd en moest uiteindelijk op het bureau een verklaring afleggen, want hij werd ervan verdacht dat hij hulp had geboden bij zelfdoding. Eén agent achtte het zelfs niet uitgesloten dat hij voor moord zou worden aangeklaagd, omdat hij misschien wel met opzet zijn sleutels vergeten was. De video’s werden in ieder in beslag genomen, als bewijsmateriaal. Aan het eind van de dag was het atelier leeg, en was de deur afgesloten met een dik hangslot en verzegeld.

Deen’s moeder was altijd bang geweest dat het een keer fout zou gaan. Ze was nooit komen kijken naar zijn happenings, omdat ze het gevaar niet kon aanzien. En het werk dat hij tentoonstelde begreep ze niet.
Drie weken geleden gebeurde het. Gisteren had ze een brief gekregen waarin stond dat het onderzoek was afgerond en het atelier was vrijgegeven. Nu stond ze daar wezenloos met de bedoeling om op te ruimen. Ze wist zich geen raad met al zijn werk, met al zijn spullen. Bovendien was ze erg geschrokken toen ze bij zijn administratie had ontdekt hoe enorm hoog de huur van het atelier was.
Er zou ’s middags een meneer langskomen die misschien werk zou kopen. Hij had haar een week geleden opgebeld en gezegd dat hij goed op de hoogte was van het werk van haar zoon, en dat hij de zaken misschien kon behartigen.
Het moest er piekfijn uitzien. De dood mocht hier niet zichtbaar zijn. Die meneer mocht geen verkeerde indruk krijgen van haar Danny.

Ze keek naar de donkere glasplaten op de vloer. Het opgedroogde bloed maakte haar misselijk van ellende. Huilend liep ze naar de keuken en vulde het teiltje dat in de wasbak stond met warm water. Ze pakte het doekje dat op het aanrecht lag en gooide het erin. Toen het teiltje vol was, tilde ze het op en liep naar de glasplaten terug. Ze knielde op de eerste plaat, en begon te schrobben. Ze schrobde huilend, als in trance, zonder te weten dat ze huilde, zonder te weten, zonder te denken. De ene glasplaat na de andere en haar tranen vermengden zich moeiteloos met het rode water.