Sonsbeek
“Nee, zeg, dat doe ik niet.”
“Ah, joh, niemand die ziet dat jij het bent. Je ziet alleen maar een paar borsten.”
“En hoe groot?”
“3 bij 4.”
“Jezus, dan zie je alles!”
“Nee, juist niet. Je krijgt een heel gek effect. Je herkent het nauwelijks als borsten omdat ze zo groot zijn. Bovendien is het vertraagd. Het geheel is verwarrend.”
“En jij kneedt mijn borsten?”
“Nee, ik film. Ik heb Coen gevraagd of hij je borsten wil strelen.”
“O, jij bent ook een lekkere, heb ik daar niks over te vertellen?”
“Je kunt het toch goed vinden met Coen.?”
“Ja, dat wel.”
“Nou, dan.”
“En Carla dan.”
“Wat is er met Carla?”
“Waarom doet zij het niet?”
“Ik weet nog dat jouw tepels opzetten als je ze aanraakt en als je dat opblaast, dan wordt dat enorm.”
“Oh, daaraan denk je zeker als je met haar ligt te vrijen.”
“Ja, je bent een goudmijn aan herinneringen.
“En waar wordt dat vertoond?”
“In Arnhem, tijdens Sonsbeek.”
“Nou ik weet het niet, hoor.”
“Ach, joh, je hoeft er niets voor te doen.”
“En waarom die mieren?”
“Mijn vader zat in Indonesië. Als hij vertelde over die tijd, dan kwamen altijd weer die mieren.”
“Hebben ze daar dan meer mieren dan hier?”
“Ze zaten overal en ze kropen overal in. Alles wat hij at, moest hij eerst afschudden.”
“Getver.”
“Die mieren horen er bij. En het maakt het vreemder. Sensueler ook.”
“Vind je dat sensueel, mieren die over een borst lopen?”
“Ja, als je seks bijzonder wilt maken, dan moet je het anders doen dan gewoon. Ik dacht eerst aan een slak. Dat slijmerige past goed. Maar zo’n beest beweegt zo langzaam, en als je dat vertraagd laat zien, dan gebeurt er niks. Juist die snelle beweging van mieren is mooi als het langzaam gaat.”
“En hoe kom je aan die mieren?”
“Gewoon vangen, met een papiertje.”
“En dan moet ik zeker hijgen of zo.”
“Nee, mijn vader schreef gedichten naar mijn moeder, in plaats van brieven. Ik vond ze tussen zijn papieren. En die hoor je.”
“Gedichten?”
“Liefdesgedichten.”
“Klef.”
“Nee, puur, gemeend, over de maan bijvoorbeeld, dat hij die zag en zij ook, terwijl ze zo ver van elkaar vandaan waren.”
“En jij gaat die voor mij voorlezen?”
“Nee, ik heb Sjoerd gevraagd.”
“Die kwal uit Utrecht met die smerige hoed?”
“Ja, die vriend van Eric.”
“Nou, dan kan je mijn tieten wel vergeten, ik ga daar echt niet voor hoer liggen terwijl die viespeuk naar me zit te kwijlen.”
“Nee, joh, dat dub ik later in. Hij komt pas veel later, als de film klaar is. En hij is een dichter. Zegt ie zelf.”
“Jezus.”
“Weet jij dan wat beters?”
“Nee, ik lees nooit gedichten.
Mijn moeder zit in zo’n leesclubje.”
“Ja, laten we je moeder vragen.”
“Zal ze leuk vinden. Doen we eindelijk eens iets samen. Zij leest en ik doe aan creepy seks.”
“Nee, het wordt echt niet vulgair of zo. Anders krijg ik het er nooit doorheen. Weet je nog hoe er in Groningen werd gereageerd op die plasfoto’s van die Amerikaan? Dat haalde zelfs het nieuws.”
“Oh, dat is je voorbeeld.”
“Nee, juist niet. Het moet integer worden. Een portret van mijn vader.”
“Met de tieten van je moeder.”
“Op die manier ontmoeten ze elkaar weer. Een portret van liefde.”
“Echte liefde kan heel geil zijn. Ik word er al ontzettend geil van als iemand alleen maar mijn borsten beetpakt.”
“Jij hebt niet eens echte liefde nodig.”
“Dan lig ik daar straks echt te hijgen.”
“Dat is toch niet erg.”
“Het is vast ook leuk om gefilmd te worden.”
“Ach, wie weet wat er na afloop gebeurt.”
“Maar ik wil er wel voor betaald worden. Helemaal als het tot neuken komt.”
“Ik heb er subsidie voor gekregen.”