| Wie woont er in
de vogel? (bij een tekening van Wesley Alloo) Wie woont er in de vogel, in de buik van deze vogel, deze dikke grote vogel? Wie woont er in dat huis, dat huis met zo veel dak, zo puntig als een pijl? Het is de man met de zes. Het is de man met de twee vingers hier en daar, de man met de drie tenen rechts en ook drie links dus samen zes. Het is de man met een mond als een 0 van de schrik in zijn keel, want dáár gaat zijn huis, daar gaat de dikke vogel met zijn huis: weg van de grond, weg in de lucht, weg in hoge vogelvlucht. Komt de man nu ooit nog thuis? |
![]() |